ECLI:NL:GHARL:2022:9623

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

Datum uitspraak
9 november 2022
Publicatiedatum
9 november 2022
Zaaknummer
Wahv 200.303.382/01
Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • Van Schuijlenburg
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 21 RVV 1990Art. 62 RVV 1990Art. 63 RVV 1990Besluit minister van Infrastructuur en Waterstaat 19 december 2019
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging snelheidsovertreding na tijdelijke snelheidsbeperking op autosnelweg

De betrokkene werd gesanctioneerd voor het rijden met 127 km/u waar 100 km/u was toegestaan op de A76. Hij voerde aan dat de maximumsnelheid na het bord A2 90 km/u 130 km/u zou moeten zijn volgens het RVV 1990. Het hof oordeelde dat verkeerstekens voorgaan op verkeersregels en dat de tijdelijke snelheidsverlaging van 90 km/u was opgeheven door het bord A2 90, waardoor de eerder geldende snelheid van 100 km/u weer van toepassing werd.

De zaak draaide om de uitleg van het snelheidsregime na een tijdelijke verlaging wegens slipgevaar. Het hof stelde vast dat het besluit van de minister van Infrastructuur en Waterstaat van 19 december 2019 een landelijke snelheidsverlaging naar 100 km/u tussen 06.00 en 19.00 uur voorschrijft, aangeduid met bord A1. Na de tijdelijke verlaging geldt de snelheid die gold vóór die verlaging, ook als die snelheid via een bord A1 is aangegeven.

De betrokkene verwees naar een CROW-publicatie over bebording, maar het hof stelde dat deze adviezen niet bindend zijn voor individuele weggebruikers. Het hof bevestigde daarom de beslissing van de kantonrechter en wees het verzoek om proceskostenvergoeding af.

Uitkomst: Het gerechtshof bevestigt dat na een tijdelijke snelheidsbeperking de maximumsnelheid van 100 km/u weer geldt en wijst het hoger beroep af.

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN

zittingsplaats Leeuwarden
Zaaknummer
: Wahv 200.303.382/01
CJIB-nummer
: 237657666
Uitspraak d.d.
: 9 november 2022
Arrestop het hoger beroep inzake de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) tegen de beslissing van de kantonrechter van de rechtbank Limburg van 14 oktober 2021, betreffende

[de betrokkene] (hierna: de betrokkene),

gevestigd te [vestigingsplaats] (Duitsland).
De gemachtigde van de betrokkene is [naam1] , woonachtig te [plaats1] .

De beslissing van de kantonrechter

De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie ongegrond verklaard.

Het verloop van de procedure

De gemachtigde van de betrokkene heeft hoger beroep ingesteld tegen de beslissing van de kantonrechter. Er is gevraagd om een proceskostenvergoeding.
De advocaat-generaal heeft de gelegenheid gekregen een verweerschrift in te dienen. Van die gelegenheid is geen gebruik gemaakt.

De beoordeling

1. Aan de betrokkene is als kentekenhouder bij inleidende beschikking een sanctie opgelegd van € 257,- voor: “27 km per uur harder rijden dan mag op een autosnelweg buiten de bebouwde kom (verkeersbord A1)”. Deze gedraging zou zijn verricht op 4 november 2020 om 18.23 uur op de A76 (rechts, hmp 18.8, borden bij 12.7) in Heerlen met het voertuig met het (Duitse) kenteken [kenteken] .
2. De gemachtigde van de betrokkene - ten tijde van de gedraging de bestuurder van het voertuig - voert aan dat de toegestane maximum snelheid ter plaatste 130 km/u was. De gemachtigde passeerde een bord A1 met de maximumsnelheid 90 km/u en daarna een bord A2 dat de snelheid van 90 km/u ophief, waarna de maximumsnelheid op autosnelwegen van 130 km/u gold. De gemachtigde heeft de link bijgevoegd naar een YouTube filmpje waaruit de bebording ter plaatse blijkt. Als zou moeten worden teruggevallen op de snelheid die gold voor het bord met 90 km/u, dan kunnen dit verschillende snelheden zijn, afhankelijk van welke weg men kwam. Als men wilde dat de maximumsnelheid weer 100 km/u werd, dan had men borden met deze maximumsnelheid moeten plaatsen. In de richtlijnen van de CROW, publicatie 96a, paragraaf 3.8.1, is voorgeschreven dat als er in de reguliere situatie geboden en verboden gelden (zoals een snelheidsbeperking), die bij het einde van het wegvak opnieuw dienen te worden ingesteld met het bord A1.
3. De gegevens waarop de ambtenaar zich bij de oplegging van de sanctie heeft gebaseerd, zijn opgenomen in het zaakoverzicht. Dit zaakoverzicht bevat de informatie die in de inleidende beschikking is vermeld en daarnaast onder meer de volgende gegevens:
“Toegestane snelheid: 100 km/u. (…)
Overtreden artikel: 62 jo. bord A1 RVV 1990”
4. Uit de verklaring van de ambtenaar blijkt dat bij hectometerpaal 12.7 een bord A1 aanwezig was waarop - in afwijking van de reguliere maximumsnelheid op autosnelwegen - een maximum snelheid van 100 kilometer per uur stond aangegeven. De gemachtigde is dit bord gepasseerd en stelt - en heeft onderbouwd door middel van een YouTube filmpje - dat er vervolgens een snelheidsbeperking is aangegeven door middel van een bord A1 90, welke snelheidsbeperking is opgeheven door een bord A2 90. De plaats van de gedraging is gelegen na het bord A2 90.
5. Ter discussie staat de vraag welke maximumsnelheid geldt na het bord A2 90.
6. Artikel 63 van Pro het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 (hierna: RVV 1990) bepaalt dat verkeerstekens gaan boven verkeersregels, voor zover deze regels onverenigbaar zijn met deze tekens.
7. Artikel 21, onder a van het RVV 1990 bevat een verkeersregel. Dit artikelonderdeel bepaalt (voor zover relevant) dat de maximumsnelheid voor motorvoertuigen op autosnelwegen 130 km per uur bedraagt.
8. Bij besluit van de minister van Infrastructuur en Waterstaat van 19 december 2019 (kenmerk: RWS-2019/45657) is de maximumsnelheid op autosnelwegtrajecten waar voorheen de maximumsnelheid van 130 km/u gedurende het gehele etmaal gold, tussen 06.00 en 19.00 uur aangepast naar 100 km/uur. Het betreft een landelijk geldende maatregel. In het besluit is vastgelegd dat de snelheidsbeperking wordt aangeduid door middel van het plaatsen en verwijderen van verkeerstekens, namelijk borden A1 (met onderborden) van bijlage 1 van het RVV 1990. Dit besluit is in werking getreden op 20 maart 2020.
Het besluit betekent de facto een wijziging van de verkeersregel van artikel 21, onder a, van het RVV 1990 erop neerkomende dat op autosnelwegen tussen 06.00 uur en 19.00 uur de maximumsnelheid voor motorvoertuigen 100 km/uur bedraagt.
9. Het in het besluit ter aanduiding van deze maximumsnelheid voorgeschreven bord A1 met onderbord stond ter plaatse. Het voertuig van de betrokkene reed daar op een tijdstip, gelegen tussen 06.00 uur en 19.00 uur. De wegbeheerder heeft na het bord A1 voor een beperkte afstand een tijdelijke snelheidsbeperking tot 90 km/u ingesteld. Uit het door de betrokkene gemaakte YouTube-filmpje blijkt dat boven het bord A1 90 een bord J22 (slipgevaar) is aangebracht, met daaronder een onderbord waarop een afstand staat aangegeven. Deze snelheidsbeperking is vervolgens opgeheven middels het bord A2 90.
10. Een redelijke uitleg van het hier toepasselijke maximumsnelheidsregime brengt mee dat in een geval als dit -waar sprake is van een tijdelijke verlaging van de maximumsnelheid op een autosnelweg over een beperkte afstand- de vóór die verlaging geldende maximumsnelheid herleeft nadat de verlaging van de maximumsnelheid is beëindigd. Dit geldt niet alleen indien de geldende maximumsnelheid uit artikel 21, onder a, van het RVV 1990 volgt, maar ook indien dit via een -hier met een verkeersregel gelijk te stellen- bord A1 is aangeduid.
11. In dit geval betekent dit dat de bij hectometerpaal 12.7 aangekondigde maximumsnelheid van 100 km/u (tussen 06.00 uur en 19.00 uur) opnieuw van toepassing is geworden na het bord A2 90. Daarmee staat vast dat de gedraging is verricht.
12. Met betrekking tot de verwijzing van de gemachtigde naar de publicatie van de CROW (publicatie 96a ‘Maatregelen op autosnelwegen’) overweegt het hof dat de door de CROW gegeven adviezen met betrekking tot de voorbereiding, uitvoering en beëindiging van werk in uitvoering op autosnelwegen niet leidend zijn bij de beoordeling van deze zaak. Een individuele weggebruiker kan aan een dergelijk advies, dat niet dwingend is en zich slechts tot de wegbeheerder richt, geen rechten ontlenen.
13. Hetgeen is aangevoerd treft geen doel. Het hof zal de beslissing van de kantonrechter bevestigen. Voor een proceskostenvergoeding bestaat geen aanleiding.

De beslissing

Het gerechtshof:
bevestigt de beslissing van de kantonrechter;
wijst het verzoek om vergoeding van proceskosten af.
Dit arrest is gewezen door mr. Van Schuijlenburg, in tegenwoordigheid van mr. Landstra als griffier en op een openbare zitting uitgesproken.