De moeder is de ouder van een minderjarige geboren in 2015, die sinds kort na haar geboorte onder toezicht staat en meerdere malen uit huis is geplaatst. Ondanks verschillende vormen van hulpverlening en gezinsbehandeling kon de moeder niet voldoende veiligheid en stabiliteit bieden. De minderjarige woont sinds 2020 in een gezinshuis waar zij zich goed ontwikkelt.
De rechtbank heeft het gezag van de moeder beëindigd en de gecertificeerde instelling benoemd tot voogd. De moeder ging hiertegen in hoger beroep, stellende dat onvoldoende was gedaan aan thuisplaatsing. Het hof concludeert echter dat de instelling voldoende heeft ingezet op terugplaatsing, maar dat de moeder onvoldoende gebruik maakte van hulpverlening.
Het hof acht het belang van het kind gediend met beëindiging van het gezag omdat het perspectief niet meer bij de moeder ligt en verdere onduidelijkheid schadelijk is. De benoeming van de gecertificeerde instelling als voogd wordt bevestigd. De moeder blijft wel de moeder van het kind en wordt aangemoedigd een grotere rol te spelen in haar leven.