Partijen zijn in 2016 in Tunesië gehuwd onder het stelsel van scheiding van goederen. Na echtscheiding op 22 juni 2022 vorderde de vrouw partneralimentatie. De rechtbank had bepaald dat de man €931 per maand aan de vrouw moest betalen. De man ging hiertegen in hoger beroep met vier grieven over behoefte, behoeftigheid en draagkracht. De vrouw kwam in incidenteel hoger beroep met twee grieven.
Het hof oordeelt dat de Nederlandse rechter bevoegd is en Nederlands recht van toepassing is. De behoefte van de vrouw wordt vastgesteld op basis van het netto gezinsinkomen tijdens het huwelijk, verminderd met bijdragen aan kinderen uit eerdere huwelijken. De behoefte van de vrouw wordt berekend op ongeveer €1.735 per maand netto. De vrouw is behoeftig vanwege de zorg voor haar dochter met beperkingen en trauma door grensoverschrijdend gedrag van de man.
De draagkracht van de man wordt vastgesteld op €311 per maand, rekening houdend met zijn lagere inkomen na terugzetting in functie en onderhoudsplicht voor zijn kinderen. Het hof wijst het verzoek van de man af om de alimentatie pas vanaf de beschikking te laten ingaan. De vrouw krijgt geen terugbetaling van een belastingteruggave. Het hof vernietigt het eerdere vonnis voor zover het de alimentatie betreft en bepaalt de nieuwe bijdrage van €311 per maand, met behoud van overige beslissingen en kostenverdeling.