ECLI:NL:GHARL:2022:9711
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Hoger beroep
- Van Schuijlenburg
- Rechtspraak.nl
Veroordeling advocaat-generaal tot vergoeding proceskosten in administratief beroep en hoger beroep Wahv
De betrokkene stelde hoger beroep in tegen de beslissing van de kantonrechter die het beroep gedeeltelijk gegrond verklaarde en een proceskostenvergoeding van €759 toekende, maar geen vergoeding voor de fase van administratief beroep.
De betrokkene voerde aan dat in administratief beroep meer verweren waren aangevoerd dan door de kantonrechter werd aangenomen, waaronder het ontbreken van een foto en het ontbreken van een staandehouding. Het hof oordeelde dat het ontbreken van specifieke bezwaren in administratief beroep niet uitsluit dat de gemaakte kosten in die fase vergoed moeten worden als de betrokkene in het gelijk wordt gesteld.
Het hof vernietigde het deel van de beslissing van de kantonrechter dat geen vergoeding voor administratief beroep toekende en stelde een vergoeding van €473,38 vast voor administratief beroep en €379,50 voor hoger beroep. De advocaat-generaal werd veroordeeld tot betaling van in totaal €852,88 aan proceskostenvergoeding.
De zaak betrof een geschil over de toepassing van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv). Het hof behandelde de zaak op zitting en nam het standpunt van de advocaat-generaal dat proceskosten in administratief beroep voor vergoeding in aanmerking komen over.
Uitkomst: De advocaat-generaal wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten van €852,88 voor administratief beroep en hoger beroep.