ECLI:NL:GHARL:2022:9849
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep over verdeling lening en waterschapsbelasting na echtscheiding
Partijen zijn in 2016 gescheiden en hebben de vermogensrechtelijke gevolgen geregeld in een convenant zonder concrete afspraken over een lening en waterschapsbelasting. De man vorderde betaling van waterschapsbelasting, de vrouw stelde een tegenvordering in voor terugbetaling van de helft van een lening bij een kredietverstrekker.
De rechtbank wees de vordering van de man grotendeels toe en wees de vordering van de vrouw af. In hoger beroep vordert de vrouw alsnog toewijzing van haar vordering en afwijzing van die van de man. Het hof oordeelt dat de lening is gebruikt voor gezamenlijke huishoudelijke aankopen en dat de schuld op de peildatum €889,05 bedroeg.
Hoewel de lening op naam van de vrouw staat, acht het hof het redelijk dat de man de helft van de schuld draagt vanwege de verdeling van andere waardevolle spullen. De vordering van de man tot betaling van waterschapsbelasting wordt bekrachtigd omdat de vrouw onvoldoende juridische gronden aandraagt om hiervan af te wijken.
Het hof vernietigt het vonnis van de rechtbank voor zover het de lening betreft en veroordeelt de man tot betaling van de helft van de lening aan de vrouw. De overige veroordelingen worden bekrachtigd. Elke partij draagt zijn eigen kosten vanwege de familierelatie.
Uitkomst: Het hof wijst het hoger beroep deels toe door de man te veroordelen tot betaling van de helft van de lening aan de vrouw en bekrachtigt de veroordeling van de vrouw tot betaling van waterschapsbelasting.