Uitspraak
1.Het verloop van het geding in hoger beroep
2.De motivering van de beslissing
- in de eerste twee maanden na de zomervakantie van 2022 om het weekend een dagdeel;
- de daaropvolgende twee maanden om het weekend een dag,
- de daaropvolgende twee maanden om het weekend een dag met overnachting (bijvoorbeeld vrijdag tot zaterdag);
- en daarna om het weekend van vrijdag tot zondag.
- vanaf de zomer van 2023 (wanneer er dan met succes naar is toegewerkt dat [de minderjarige] volledige weekenden naar de vader gaat) verblijft [de minderjarige] in de even jaren de eerste helft van de zomervakantie aaneengesloten bij de vader en in de oneven jaren de eerste helft van de zomervakantie aaneengesloten bij de moeder;
- de herfstvakantie, kerstvakantie, voorjaarsvakantie en meivakantie worden bij helfte verdeeld, waarbij het deel dat [de minderjarige] bij de vader verblijft moet vallen direct voor of na een omgangsweekend;
- in de oneven jaren is [de minderjarige] met Kerst bij de vader en met Oud & Nieuw bij de moeder;
- in de even jaren is [de minderjarige] met Kerst bij de moeder en met Oud & Nieuw bij de vader.
3.Slotsom
4.De beslissing
- om het weekend een zaterdag van 09:00 uur tot 16:00 uur in de periode van november 2022 tot en met december 2022;
- om het weekend vanaf vrijdag 17:00 uur tot zaterdag 16:00 uur in de periode januari 2023 tot en met februari 2023;
- om het weekend vanaf vrijdag 17:00 uur tot zondag 19:00 uur vanaf maart 2023;
- in de even jaren de eerste helft van de zomervakantie aaneengesloten en in de oneven jaren de tweede helft van de zomervakantie aaneengesloten;
- de helft van de herfstvakantie, kerstvakantie, voorjaarsvakantie en meivakantie, telkens voorafgaand aan of aansluitend op het omgangsweekend;
- in de oneven jaren met Kerst (en niet met Oud & Nieuw);
- in de even jaren met Oud & Nieuw (en niet met Kerst);