Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:GHARL:2022:9947

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

Datum uitspraak
17 november 2022
Publicatiedatum
21 november 2022
Zaaknummer
200.306.822/01
Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:253n BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beëindiging gezamenlijk ouderlijk gezag vader wegens verstoorde verstandhouding en contactverlies

Het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden heeft op 17 november 2022 uitspraak gedaan in hoger beroep over het verzoek tot beëindiging van het gezamenlijk ouderlijk gezag van de vader over zijn drie minderjarige kinderen. De rechtbank had eerder het gezag van de vader beëindigd en het aan de moeder toegekend. De vader was het hiertegen in hoger beroep gekomen.

De feiten tonen aan dat de kinderen sinds februari 2020 geen contact meer hebben met de vader en dat het contact tussen de ouders moeizaam en verstoord is. Pogingen tot hulpverlening via een traject bij een jeugdhulpinstantie hebben niet geleid tot herstel van contact; de kinderen gaven aan geen omgang met de vader te willen en ervoeren reële angsten. De vader is bovendien bij beschikking het recht op omgang ontzegd.

Het hof oordeelt dat hoewel er geen onaanvaardbaar risico is dat de kinderen klem raken tussen de ouders, er zwaarwegende belangen zijn om het gezamenlijk gezag te beëindigen. De vader is door het ontbreken van contact niet in staat om geïnformeerde beslissingen te nemen over belangrijke zaken in het leven van de kinderen. De kinderen hebben expliciet aangegeven niet te willen dat de vader meebeslist. Het hof bekrachtigt daarom de beschikking van de rechtbank en wijst het beroep van de vader af.

Uitkomst: Het gezamenlijk gezag van de vader wordt beëindigd en het gezag wordt aan de moeder toegekend.

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN

locatie Leeuwarden
afdeling civiel recht
zaaknummer gerechtshof 200.306.822/01
(zaaknummer rechtbank Noord-Nederland 173917)
beschikking van 17 november 2022
inzake
[verzoeker](de vader),
wonende te [woonplaats1] ,
verzoeker in hoger beroep,
advocaat: mr. K.J. Kanning te Assen.
Als overige belanghebbende is aangemerkt:
[verweerster](de moeder),
wonende te [woonplaats2] ,
verweerster in hoger beroep,
advocaat: mr. E.M. Gilsing te Drachten.
In zijn toetsende en/of adviserende taak is in de procedure gekend:
de raad voor de kinderbescherming(de raad),
regio Noord Nederland, locatie Leeuwarden.

1.1. Het geding in eerste aanleg

Het hof verwijst voor het geding in eerste aanleg naar de beschikkingen van de rechtbank Noord-Nederland, locatie Leeuwarden, van 9 december 2020 en 16 november 2021 (de laatstgenoemde beschikking hierna verder te noemen: de bestreden beschikking), uitgesproken onder voormeld zaaknummer.

2.Het geding in hoger beroep

2.1
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- het beroepschrift met bijlage(n), ingekomen op 14 februari 2022;
- een journaalbericht namens de vader van 21 februari 2022 met bijlage(n);
- een brief van de raad van 23 februari 2022 met bijlage(n);
- een journaalbericht namens de vader van 15 maart 2022 met bijlage(n);
- het verweerschrift met bijlage(n);
- een brief namens de moeder van 10 oktober 2022 met bijlage(n).
2.2
Op 21 oktober 2022 zijn de hierna nader te noemen [de minderjarige1] en [de minderjarige2] verschenen, die voorafgaand aan de mondelinge behandeling en buiten aanwezigheid van de partijen door het hof zijn gehoord.
2.3
De mondelinge behandeling heeft op 21 oktober 2022 plaatsgevonden. De vader is verschenen, bijgestaan door mr. N. Wouters (kantoorgenoot en waarnemer van
mr. K.J. Kanning) en een beëdigd tolk Arabisch (Tunesisch), [naam1] (tolknummer [nummer1] ). De moeder is ook verschenen, bijgestaan door haar advocaat. Namens de raad is [naam2] verschenen.

3.De feiten

3.1
Het huwelijk van de vader en de moeder is [in] 2018 ontbonden door echtscheiding. De vader en de moeder zijn de ouders van [de minderjarige1] , geboren [in]
2006, [de minderjarige2] , geboren [in] 2007 en [de minderjarige3] , geboren [in]
2011.
3.2
De kinderen wonen bij de moeder (en haar partner). Sinds februari 2020 hebben zij geen contact meer met de vader.
3.3
Bij beschikking van de rechtbank van 6 oktober 2022 is de vader het recht op omgang met de kinderen ontzegd.

4.De omvang van het geschil

4.1
Bij de bestreden, uitvoerbaar bij voorraad verklaarde, beschikking is, voor zover hier van belang, het gezamenlijk ouderlijk gezag van de vader en de moeder over [de minderjarige1] , [de minderjarige2] en [de minderjarige3] beëindigd en bepaald dat het ouderlijk gezag voortaan alleen aan de moeder toekomt.
4.2
De vader komt met drie grieven in hoger beroep van de bestreden beschikking. Deze grieven zien enkel op de beëindiging van het gezamenlijk gezag. De vader verzoekt het hof de bestreden beschikking te vernietigen en, opnieuw rechtdoende, het inleidend verzoek van de moeder tot eenhoofdig gezag over de kinderen van de partijen af te wijzen.
4.3
De moeder voert verweer en zij verzoekt het hof om het verzoek van de vader af te wijzen en de bestreden beschikking, voor zover door de vader met grieven bestreden, te bekrachtigen, voor zover nodig met aanvulling en verbetering van de gronden, met veroordeling van de vader in de proceskosten van deze procedure.

5.De motivering van de beslissing

5.1
Ingevolge artikel 1:253n van het Burgerlijk Wetboek kan de rechter op verzoek van de niet met elkaar gehuwde ouders of van een van hen het gezamenlijk gezag beëindigen als nadien de omstandigheden zijn gewijzigd of bij het nemen van de beslissing op grond waarvan het gezamenlijk gezag is ontstaan van onjuiste of onvolledige gegevens is uitgegaan. De rechter kan dan bepalen dat het gezag over een kind aan één van hen toekomt indien:
a. er een onaanvaardbaar risico is dat het kind klem of verloren zou raken tussen de ouders en niet te verwachten is dat hierin binnen afzienbare tijd voldoende verbetering zou komen, of b. wijziging van het gezag anderszins in het belang van het kind noodzakelijk is.
5.2
Hoewel voor het hof niet vast is komen te staan dat er een onaanvaardbaar risico is dat de kinderen klem of verloren zullen raken tussen de ouders, is het hof wel van oordeel dat er anderszins zwaarwegende belangen zijn voor beëindiging van het gezamenlijk gezag.
5.3
Sinds het feitelijk uiteengaan van de ouders verloopt het contact tussen hen uiterst moeizaam en is hun verstandhouding verstoord. Hoewel de ouders na de echtscheiding een ouderschapsplan zijn overeengekomen, is gebleken dat de zorgregeling die hierin is opgenomen nooit volledig is uitgevoerd. Het contact tussen de vader en de kinderen is sinds februari 2020 helemaal gestopt. Het hulpverleningstraject dat de vader, de moeder en de kinderen in december 2021 bij het [naam3] ( [naam3] ) zijn gestart, heeft hierin geen verandering kunnen brengen. Tijdens het [naam3] -traject hebben de kinderen aangegeven geen contact en omgang (meer) te willen met de vader en niet te willen meewerken aan contactherstel. Ook heeft het [naam3] gesignaleerd dat de kinderen reële angsten ervaren voor het contact met de vader. Het traject is daarom in april 2022 door het [naam3] voortijdig beëindigd. Inmiddels is bij beschikking van 6 oktober 2022 de vader het recht op omgang met de kinderen zelfs ontzegd.
5.4
Wat de reden van de verwijdering tussen de vader en de kinderen ook mag zijn, de vader is niet meer op de hoogte van het leven van de kinderen. Hij weet niet wat zich in hun leven afspeelt en welke afwegingen zij maken bij belangrijke keuzes in het leven. Uit de stukken blijkt, en zo is het hof ook ter zitting duidelijk geworden, dat de vader graag een rol in het leven van de kinderen blijft vervullen. De kinderen hebben echter op meerdere momenten, en [de minderjarige1] en [de minderjarige2] ook in deze procedure bij het hof, stellig aangegeven het niet prettig te vinden dat de vader nog langer mag meebeslissen over, en dat zijn toestemming nodig is voor, belangrijke gebeurtenissen in hun leven, zoals de schoolgang.
5.5
Evenals de raad is het hof van oordeel dat door het ontbreken van contact met de kinderen en de moeder, het voor de vader praktisch onmogelijk is om te kunnen overzien wat de kinderen nodig hebben en daarover geïnformeerde beslissingen te nemen. Inhoudelijk is het ouderlijk gezag voor de vader dus niet uitvoerbaar. Ondanks de wensen van de vader, is het hof van oordeel dat, gelet op de verstoorde verstandhouding tussen de vader en de moeder en de intensieve hulpverlening die in het verleden al is ingezet, niet valt te verwachten dat die situatie op korte termijn zal verbeteren en het contact tussen de vader en de kinderen zich dusdanig zal herstellen dat hij die beslissingen wel kan nemen. Het hof zal daarom het verzoek van de vader afwijzen.
Ten overvloede merkt het hof op dat het voorgaande niet wegneemt dat het op de weg van de moeder ligt om de vader over het leven van de kinderen te informeren.
5.6
Het hof ziet geen aanleiding de vader in de kosten van de procedure te veroordelen, zodat het verzoek van de moeder daartoe zal worden afgewezen.

6.De slotsom

Op grond van hetgeen hiervoor is overwogen, falen de grieven. Het hof zal de bestreden beschikking, voor zover aan zijn oordeel onderworpen, bekrachtigen.

7.De beslissing

Het hof, beschikkende in hoger beroep:
bekrachtigt de beschikking van de rechtbank Noord-Nederland, locatie Leeuwarden, van
16 november 2021, voor zover aan het oordeel van het hof onderworpen;
wijst het meer of anders verzochte af.
Deze beschikking is gegeven door mrs. L. van Dijk, C. Koopman en B.J. Voerman, bijgestaan door mr. S. van der Meer als griffier, en is op 17 november 2022 uitgesproken in het openbaar in tegenwoordigheid van de griffier.