Het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden heeft op 17 november 2022 uitspraak gedaan in hoger beroep over het verzoek tot beëindiging van het gezamenlijk ouderlijk gezag van de vader over zijn drie minderjarige kinderen. De rechtbank had eerder het gezag van de vader beëindigd en het aan de moeder toegekend. De vader was het hiertegen in hoger beroep gekomen.
De feiten tonen aan dat de kinderen sinds februari 2020 geen contact meer hebben met de vader en dat het contact tussen de ouders moeizaam en verstoord is. Pogingen tot hulpverlening via een traject bij een jeugdhulpinstantie hebben niet geleid tot herstel van contact; de kinderen gaven aan geen omgang met de vader te willen en ervoeren reële angsten. De vader is bovendien bij beschikking het recht op omgang ontzegd.
Het hof oordeelt dat hoewel er geen onaanvaardbaar risico is dat de kinderen klem raken tussen de ouders, er zwaarwegende belangen zijn om het gezamenlijk gezag te beëindigen. De vader is door het ontbreken van contact niet in staat om geïnformeerde beslissingen te nemen over belangrijke zaken in het leven van de kinderen. De kinderen hebben expliciet aangegeven niet te willen dat de vader meebeslist. Het hof bekrachtigt daarom de beschikking van de rechtbank en wijst het beroep van de vader af.