Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
verzoeker in hoger beroep,
[naam1],
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
In deze zaak is het bewind over de goederen van verzoeker ingesteld wegens diens lichamelijke of geestelijke toestand die hem belemmerde zijn vermogensrechtelijke belangen behoorlijk waar te nemen. Verzoeker heeft bij de kantonrechter verzocht het bewind op te heffen, maar dit verzoek is afgewezen. Verzoeker is tegen deze beslissing in hoger beroep gekomen en verzoekt het hof de beschikking te vernietigen en het bewind alsnog op te heffen of een afbouwtraject te bepalen.
Het hof overweegt dat de grondslag van het bewind nog steeds geldt en dat verzoeker onvoldoende heeft aangetoond dat deze grondslag is komen te vervallen. Hij heeft geen deskundigenverklaring of IQ-test overgelegd en heeft het zelfredzaamheidstraject niet succesvol afgerond. Zo is onder meer de WA-verzekering tijdens het traject geroyeerd en lukt het verzoeker niet een nieuwe verzekering af te sluiten. Ondanks het feit dat verzoeker bij zijn ouders woont en weinig lasten heeft, is hij er niet in geslaagd zijn financiën goed te regelen.
Het hof constateert dat ook de ouders onvoldoende ondersteuning bieden, mede door taalbarrières. De stelling dat een ambulant begeleider van de moeder verzoeker kan helpen, wordt niet gevolgd omdat deze al betrokken was tijdens het traject. Hoewel verzoeker inmiddels een baan en interne opleiding volgt, verandert dit het oordeel niet. Het hof merkt op dat de bewindvoerder mogelijk te weinig begeleiding en toezicht heeft geboden tijdens het traject.
De slotsom is dat het hof de bestreden beschikking bekrachtigt en het subsidiaire verzoek afwijst. De beschikking van de rechtbank Overijssel blijft daarmee in stand.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt de afwijzing van het verzoek tot opheffing van het bewind over de goederen van verzoeker.