ECLI:NL:GHARL:2023:10169

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

Datum uitspraak
29 november 2023
Publicatiedatum
29 november 2023
Zaaknummer
Wahv 200.325.325/01
Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • Wijma
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 3, tweede lid, WahvArt. 11 Wahv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vernietiging sanctiebeschikking inhaalverbod wegens nieuw wegvak zonder bord F1

De betrokkene kreeg een sanctie van €240 opgelegd wegens het negeren van een inhaalverbod (bord F1) op de Cuneraweg in Rhenen. De kantonrechter verklaarde het beroep ongegrond. In hoger beroep betoogde de gemachtigde dat het inhaalverbod alleen gold op de Lijnweg en niet op de Cuneraweg, aangezien dit een nieuw wegvak betreft en er geen bord F1 op de Cuneraweg is geplaatst.

Het hof stelde vast dat de overtreding plaatsvond aan het begin van de Cuneraweg, een nieuw wegvak na de Lijnweg, waar het bord F1 niet geldt. De ambtenaar kon niet aantonen dat er op de Cuneraweg een inhaalverbod was aangegeven. Hierdoor kon de overtreding niet worden vastgesteld en bleef de sanctiebeschikking niet in stand.

Het hof vernietigde de beslissing van de kantonrechter en de sanctiebeschikking, verklaarde het beroep gegrond en veroordeelde de advocaat-generaal tot het vergoeden van de proceskosten van €1.255,50. De overige bezwaren behoefden geen bespreking meer.

Uitkomst: De sanctiebeschikking wegens negeren inhaalverbod wordt vernietigd omdat het bord F1 niet geldt op het nieuwe wegvak Cuneraweg.

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN

zittingsplaats Leeuwarden
Zaaknummer
: Wahv 200.325.325/01
CJIB-nummer
: 237273964
Uitspraak d.d.
: 29 november 2023
Arrestop het hoger beroep inzake de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) tegen de beslissing van de kantonrechter van de rechtbank MiddenNederland van 13 maart 2023, betreffende

[de betrokkene] (hierna: de betrokkene),

wonende te [woonplaats] .
De gemachtigde van de betrokkene is mr. I.N.D.J. Rissema, kantoorhoudende te Dordrecht.

De beslissing van de kantonrechter

De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie ongegrond verklaard en het verzoek om een proceskostenvergoeding afgewezen.

Het verloop van de procedure

De gemachtigde van de betrokkene heeft hoger beroep ingesteld tegen de beslissing van de kantonrechter. Er is gevraagd om een proceskostenvergoeding.
De advocaat-generaal heeft een verweerschrift ingediend.
De gemachtigde van de betrokkene heeft de gelegenheid gekregen het beroep schriftelijk nader toe te lichten. Van die gelegenheid is geen gebruik gemaakt.

De beoordeling

1. Aan de betrokkene is als kentekenhouder bij inleidende beschikking een sanctie opgelegd van € 240,- voor: “negeren inhaalverbod: bord F1”. Deze gedraging zou zijn verricht op 23 oktober 2020 om 21:38 uur op de Cuneraweg in Rhenen met het voertuig met het kenteken [kenteken] .
2. De gemachtigde van de betrokkene voert aan dat de gedraging zou zijn verricht op de Cuneraweg, terwijl de ambtenaar in zijn verklaring melding maakt van een inhaalverbod op de Lijnbaan. De Lijnbaan gaat weliswaar over in de Cuneraweg, maar dat wil niet zeggen dat het inhaalverbod ook nog geldt op de Cuneraweg. De Cuneraweg kan vanaf de rotonde ook vanaf andere wegen worden bereikt. Het bord F1 dat op de Lijnweg stond geplaatst, geldt dan ook niet op de Cuneraweg. De gedraging kan niet worden vastgesteld. De gemachtigde voert verder aan dat de hoorplicht is geschonden en dat de sanctie om die reden met 25% moet worden gematigd.
3. Een daartoe aangewezen ambtenaar kan op grond van artikel 3, tweede lid, van de Wahv een administratieve sanctie opleggen voor een gedraging die door deze ambtenaar zelf of op geautomatiseerde wijze is vastgesteld. Dat de gedraging is verricht, moet voldoende blijken uit de beschikbare gegevens. Of van de juistheid van deze gegevens kan worden uitgegaan, is ervan afhankelijk of de betrokkene argumenten heeft aangevoerd die leiden tot twijfel aan de juistheid van (delen van) die gegevens dan wel het dossier daar aanleiding toe geeft.
4. De gegevens waarop de ambtenaar zich bij de oplegging van de sanctie heeft gebaseerd, zijn opgenomen in het zaakoverzicht. Dit zaakoverzicht bevat de informatie die in de inleidende beschikking is vermeld en daarnaast onder meer de volgende gegevens:
“Ik reed over de Lijnweg, komende uit de richting van Rhenen, gaande in de richting van Veenendaal. Ik was zojuist de kruising Lijnweg met de Bergweg/Achterbergsestraatweg gepasseerd. Ik reed hier achter een andere personenauto. Ik en de personenauto voor mij reden ongeveer 75 km per uur. Op de Lijnweg is 80 km/h toegestaan. Op de Lijnweg geldt een permanent inhaalverbod. Alleen het inhalen van tractoren en brommobielen is toegestaan. De rijbaan bestaat uit twee rijstroken, waarvan dus ook eentje voor tegemoetkomend verkeer. Deze is middels een dubbele doorgetrokken streep afgescheiden. Ik zag dat er een personenauto achter mij reed, welke mij inhaalde door de doorgetrokken streep te overschrijden. Ik zag dat hij toen op de rijstrook reed voor tegemoetkomend verkeer. Ik zag dat de personenauto vervolgens met verhoogde snelheid verder reed. Ik zag dat hij in totaal twee voertuigen inhaalde.”
5. De advocaat-generaal heeft een aanvullend proces-verbaal van 11 juli 2023 overgelegd. Hierin verklaart de ambtenaar het volgende:
“U vraagt mij of de pleeglocatie niet de Lijnweg moet zijn, omdat de huidige pleeglocatie, Cuneraweg, pas na 1 kilometer begint na de genoemde kruising in mijn proces-verbaal.
Naar mijn inzien is de pleeglocatie juist aangeduid.
U vraagt mij of de betrokkene de inhaalmanoeuvre voor of na het bord F1 (inhaalverbod) heeft ingezet.
De betrokkene heeft de overtreding begaan NA het bord F1 (inhaalverbod).
De Lijnweg loopt over in de Cuneraweg. Deze begint direct na de tweede tunnel waar je langs rijdt, aan je rechterhand, gezien vanaf de kruising. Met een snelheid van 80 km/h leg je deze afstand in ongeveer 45 seconden af. De gedraging is niet direct na de kruising door de betrokkene gepleegd. In mijn opgemaakt proces-verbaal schrijf ik dat ik de kruising net gepasseerd was. Dit zeg ik om aan te duiden waar ik reed, waar ik vandaan kwam en de hoedanigheid voordat de overtreding plaatsvindt. De overtreding heeft zich binnen een tijdvak van een minuut afgespeeld. Als er geen bijzonderheden zijn, dan noteer ik niet per seconde wat er op dat moment gebeurt.”
6. De advocaat-generaal stelt dat uit deze informatie blijkt dat de betrokkene in is gaan halen op een wegvak nadat het bord F1 is gepasseerd en dat de gedraging is verricht aan het begin van de Cuneraweg vóór de rotonde die door de gemachtigde wordt genoemd.
7. Gelet bovenstaande verklaringen moet worden vastgesteld dat de gedraging is verricht aan het begin van de Cuneraweg. Verder stelt het hof vast dat de Lijnweg overgaat in de Cuneraweg bij de tunnel aan de rechterzijde van de weg. Uit Google Maps blijkt dat de weg door de tunnel onder het spoor een zijweg van de Lijnweg/Cuneraweg is. Er is dus sprake van een nieuw wegvak. Dat betekent dat het bord F1 op de Lijnweg waarover de ambtenaar verklaart, niet geldt op de Cuneraweg. Of er op de Cuneraweg ook door middel van een bord F1 een inhaalverbod is aangegeven, blijkt niet uit de verklaringen van de ambtenaar. De gedraging kan daarom niet worden vastgesteld. De inleidende beschikking kan dan ook niet in stand blijven. Het voorgaande brengt mee dat de andere grond geen bespreking behoeft.
8. Gelet op het voorgaande zal het hof beslissen als hierna vermeld.
9. De proceskosten komen voor vergoeding in aanmerking. Aan het indienen van het beroepschrift bij de kantonrechter, het verschijnen ter zitting van de kantonrechter en het indienen van het hoger beroepschrift dienen in totaal drie punten te worden toegekend. De waarde per punt bedraagt € 837,-. Gelet op de aard van de zaak wordt de wegingsfactor 0,5 (gewicht van de zaak = licht) toegepast. Aldus zal het hof de advocaat-generaal veroordelen in de kosten tot een bedrag van € 1.255,50 (= 3 x € 837,- x 0,5).

De beslissing

Het gerechtshof:
vernietigt de beslissing van de kantonrechter;
verklaart het beroep tegen de beslissing van de officier van justitie gegrond en vernietigt die beslissing;
verklaart het beroep tegen de inleidende beschikking gegrond;
vernietigt de beschikking waarbij onder voormeld CJIB-nummer de administratieve sanctie is opgelegd;
bepaalt dat hetgeen door de betrokkene op de voet van artikel 11 van Pro de Wahv tot zekerheid is gesteld door de advocaat-generaal wordt gerestitueerd;
veroordeelt de advocaat-generaal tot het vergoeden van de proceskosten van de betrokkene tot een bedrag van € 1.255,50.
Dit arrest is gewezen door mr. Wijma, in tegenwoordigheid van mr. Van der Zee-Venema als griffier, en op een openbare zitting uitgesproken.