Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
[de betrokkene] (hierna: de betrokkene),
De beslissing van de kantonrechter
Het verloop van de procedure
De advocaat-generaal is vertegenwoordigd door [naam1] .
De beoordeling
“als bestuurder tijdens het rijden een mobiel elektronisch apparaat vasthouden”. Deze gedraging zou zijn verricht op 22 juli 2021 om 12:00 uur op de Haarlemmerweg in Amsterdam met het voertuig met het kenteken [kenteken] .
Verklaring betrokkene: ik hield hem in eerste instantie niet vast, hij zat namelijk in de houder. Bij het stoplicht haalde ik hem eruit en filmde [naam2] . Ik heb hem niet echt gefilmd. Hij heeft mij ook niet gezien met mijn telefoon.”
“Ik zag dat de bestuurder van de Polo vreemde stuurbewegingen en overmatige stuurcorrecties maakte en onnodig links bleef rijden. (…) Ik zag dat de persoon in de Polo een apparaat vasthield wat voor mij sterk leek op een wimperkrultang. (…) Nadat wij stil stonden voor het verkeerslicht in Halfweg zag ik dat de bestuurster haar gezicht aan het deppen was. (…) Mijn vermoeden was dan ook dat de bestuurster zich aan het opmaken was tijdens het besturen van haar voertuig. (…) Ik zag op een gegeven moment dat de Polo half op de 1e rijstrook en 2e rijstrook ging rijden. Dit maakte de indruk dat de bestuurster van rijbaan ging verwisselen. Echter gebeurde dit niet en ging zij weer terug naar de 1e rijstrook. Ik heb op dat moment kortstondig op mijn claxon gedrukt om de bestuurster kenbaar te maken dat ze moest opschuiven. (…) Ik zag dat het voertuig scherp naar links en weer naar rechts ging. Kort daarop trapte de bestuurster hard op haar rem terwijl hier geen noodzaak voor was. (…) Dit heet een remmencheck. (…)
Onvoldoende rechts houden
Afleiding (opmaken tijdens het besturen van een voertuig)
Remmen checken
Mobiele telefoon vasthouden tijdens het besturen van een voertuig
Remcheck (artikel 5 WVW Pro 1994)
Mobiele telefoon vasthouden
Onvoldoende rechts houden
(…)”
Naar het oordeel van het hof kan gelet op de verklaringen van de ambtenaar worden vastgesteld dat de betrokkene een mobiel elektronisch apparaat heeft vastgehouden tijdens het rijden. Hieruit volgt immers dat de betrokkene een telefoon in haar hand hield en op het voertuig van de ambtenaar richtte en in diens richting bleef draaien totdat zij de ambtenaar voorbij reed. Het hof ziet geen aanleiding om te oordelen dat de verklaring van de ambtenaar achteraf moet zijn opgemaakt. Dat deze verklaring pas is opgenomen in het aanvullend proces-verbaal van 18 april 2023 doet naar het oordeel van het hof niet af aan de betrouwbaarheid daarvan. De grond faalt.
Ook de grond dat de sanctie had moeten worden opgelegd aan de kentekenhouder faalt. Zowel uit het zaakoverzicht als het aanvullend proces-verbaal blijkt dat de betrokkene is staande gehouden en dat de ambtenaar hierbij het rijbewijs van de betrokkene heeft gevorderd welke vervolgens is overhandigd. De sanctie is dan ook terecht aan de betrokkene opgelegd.
10. Het hof is van oordeel dat in de onderhavige zaak sprake is van één gebeurtenis/moment in de zin van de Aanwijzing. Uit het aanvullend proces-verbaal van de betrokken ambtenaar volgt dat gedurende één controle waarbij de ambtenaar het voertuig van de betrokkene is gevolgd meerdere overtredingen zijn waargenomen en dat de betrokkene vervolgens staande is gehouden waarbij zij is geconfronteerd met de waarnemingen. Uit dit aanvullend proces-verbaal blijkt ook dat voor drie gedragingen verbalen zijn opgemaakt, waaronder de onderhavige gedraging.