ECLI:NL:GHARL:2023:10205

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

Datum uitspraak
28 november 2023
Publicatiedatum
30 november 2023
Zaaknummer
21-003412-22
Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Vrijspraak
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 422 Sv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vrijspraak openlijk geweld tegen stewards tijdens voetbalwedstrijd wegens ontbreken bewijs

De verdachte werd door de politierechter veroordeeld voor openlijk en in vereniging gepleegd geweld tegen stewards tijdens een voetbalwedstrijd en kreeg een voorwaardelijke gevangenisstraf en taakstraf opgelegd. Daarnaast werden schadevergoedingen aan de benadeelden toegekend.

In hoger beroep oordeelt het hof dat het bewijs onvoldoende is om de tenlastelegging te bewijzen. De cruciale camerabeelden ontbreken, waardoor de waarnemingen uit het proces-verbaal niet als overtuigend bewijs kunnen dienen. De verdachte ontkent een significante bijdrage aan het geweld en stond op de tribune boven de stewards, wat het aannemelijk maakt dat hij niet betrokken was.

Het hof vernietigt het vonnis van de politierechter, spreekt de verdachte vrij van het tenlastegelegde en verklaart de schadevorderingen van de benadeelden niet-ontvankelijk. De kosten worden ieder voor eigen rekening genomen.

Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens ontbreken van overtuigend bewijs voor openlijk geweld.

Uitspraak

Afdeling strafrecht
Parketnummer: 21-003412-22
Uitspraak d.d.: 28 november 2023
TEGENSPRAAK
Arrestvan de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof Arnhem -Leeuwarden, zittingsplaats Arnhem , gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Gelderland, zittingsplaats Arnhem , van
2 augustus 2022 met parketnummer 05-114600-22 in de strafzaak tegen

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 2003,
wonende te [woonplaats] .

Het hoger beroep

De verdachte heeft tegen het hiervoor genoemde vonnis hoger beroep ingesteld.

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzittingen van het hof van 11 juli 2023 en 14 november 2023 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422 van Pro het Wetboek van Strafvordering, het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal. Deze vordering is na voorlezing aan het hof overgelegd.
Het hof heeft verder kennisgenomen van hetgeen door verdachte en zijn raadsman, mr. G.J. Gerrits, naar voren is gebracht.

Het vonnis waarvan beroep

Verdachte is door de politierechter in de rechtbank Gelderland ter zake van – kort gezegd – het openlijk en in vereniging geweld plegen tegen personen veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van één maand, voorwaardelijk, met een proeftijd van twee jaren en tot een taakstraf van 150 uren, subsidiair 75 dagen hechtenis, met aftrek van het voorarrest. Verder is de vordering benadeelde partij van [benadeelde 1] hoofdelijk toegewezen tot een bedrag van € 500,00, voor geleden immateriële schade en is de vordering van de benadeelde partij van [benadeelde 2] hoofdelijk toegewezen tot een bedrag van € 100,40 voor materiële schade en tot een bedrag van € 500,00 voor immateriële schade.
Het hof zal het vonnis waarvan beroep vernietigen omdat het tot een andere bewijsbeslissing komt. Het hof zal daarom opnieuw rechtdoen.

De tenlastelegging

Aan verdachte is tenlastegelegd dat:
hij op of omstreeks 8 mei 2022 te [plaats] , openlijk, te weten, op/aan de [adres] , in elk geval op of aan de openbare weg en/of op een voor het publiek toegankelijke plaats, in vereniging geweld heeft gepleegd tegen een persoon, te weten [benadeelde 1] en/of [benadeelde 2] door
- op/tegen het lichaam van voornoemde [benadeelde 1] en/of [benadeelde 2] te duwen, en/of
- op/tegen het hoofd, althans het lichaam, van voornoemde [benadeelde 1] te slaan.
Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

Vrijspraak

De advocaat-generaal heeft gerekwireerd tot bewezenverklaring.
De raadsman heeft vrijspraak bepleit. Hij heeft hierbij verwezen naar de door hem ter terechtzitting van 11 juli 2023 gevoerde verweren. Deze houden – kort samengevat – in dat verdachte ontkent een significante bijdrage te hebben geleverd aan het mogelijk door anderen gepleegde geweld. Dit was ook niet mogelijk, gelet op het feit dat hij op de tribune boven de stewards stond. Uit de bewijsmiddelen blijkt daarnaast niet dat verdachte één of twee stewards naar beneden heeft getrokken en/of geslagen en/of geschopt heeft, aldus de raadsman.
De raadsman heeft hier op 14 november 2023 ter terechtzitting aan toegevoegd dat de waarnemingen die door verbalisant [verbalisant] , de politierechter in eerste aanleg en mogelijk de voorzitter van het hof voorafgaand aan de terechtzitting van 11 juli 2023 zijn gedaan op basis van de camerabeelden, door verdachte worden bestreden. Nu de beelden niet meer beschikbaar zijn is de betrouwbaarheid van de waarnemingen niet boven iedere twijfel verheven. Daarom dienen deze beelden volgens de raadsman te worden uitgesloten van het bewijs.
Het hof heeft uit het onderzoek ter terechtzitting niet door de inhoud van wettige bewijsmiddelen de overtuiging bekomen dat verdachte het tenlastegelegde heeft begaan, zodat hij daarvan zal worden vrijgesproken.
Het hof stelt voorop dat de betreffende camerabeelden niet meer beschikbaar zijn.
Het hof acht het op basis van het voorliggende dossier niet mogelijk om buiten redelijke twijfel vast te stellen dat verdachte de tenlastegelegde handelingen heeft uitgevoerd dan wel daar een significante bijdrage aan heeft geleverd. Dat verdachte heeft geduwd blijkt alleen uit het proces-verbaal betreffende het uitkijken van de camerabeelden. Nu deze camerabeelden ontbreken, verdachte anders heeft verklaard en door beide aangevers niet over duwen wordt verklaard, acht het hof niet wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het tenlastegelegde openlijk en in vereniging geweld plegen, heeft begaan.
Vordering van de benadeelde partij [benadeelde 2]
De benadeelde partij heeft zich in eerste aanleg in het strafproces gevoegd met een vordering tot schadevergoeding. Deze bedraagt € 1.453,13, voor geleden materiële en immateriële schade. De vordering is bij het vonnis waarvan beroep toegewezen tot een bedrag van € 600,40. De benadeelde partij heeft zich in hoger beroep opnieuw gevoegd voor het bedrag van de oorspronkelijke vordering.
De verdachte wordt niet schuldig verklaard ter zake van het tenlastegelegde handelen waardoor de gestelde schade zou zijn veroorzaakt. De benadeelde partij kan daarom in de vordering niet worden ontvangen.

Vordering van de benadeelde partij [benadeelde 1]

De benadeelde partij heeft zich in eerste aanleg in het strafproces gevoegd met een vordering tot schadevergoeding. Deze bedraagt € 1.900,00, voor geleden materiële en immateriële schade. De vordering is bij het vonnis waarvan beroep toegewezen tot een bedrag van € 500,00. De benadeelde partij heeft zich in hoger beroep opnieuw gevoegd voor het bedrag van de oorspronkelijke vordering.
De verdachte wordt niet schuldig verklaard ter zake van het bewezenverklaarde tenlastegelegde handelen waardoor de gestelde schade zou zijn veroorzaakt. De benadeelde partij kan daarom in de vordering niet worden ontvangen.

BESLISSING

Het hof:
Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:
Verklaart niet bewezen dat de verdachte het tenlastegelegde heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Vordering van de benadeelde partij [benadeelde 2]

Verklaart de benadeelde partij [benadeelde 2] niet-ontvankelijk in de vordering tot schadevergoeding.
Compenseert de kosten in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt.

Vordering van de benadeelde partij [benadeelde 1]

Verklaart de benadeelde partij [benadeelde 1] niet-ontvankelijk in de vordering tot schadevergoeding.
Compenseert de kosten in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt.
Aldus gewezen door
mr. R.W. van Zuijlen, voorzitter,
mr. S. Bek en mr. S. Weening, raadsheren,
in tegenwoordigheid van mr. C.P. Keuker, griffier,
en op 28 november 2023 ter openbare terechtzitting uitgesproken.