ECLI:NL:GHARL:2023:10206
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Beslissing RC
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing tenuitvoerlegging vervangende hechtenis wegens onvoldoende bewijs contactverbod
In deze zaak stond het hoger beroep van het Openbaar Ministerie tegen de beslissing van de rechter-commissaris centraal, die de tenuitvoerlegging van vervangende hechtenis had afgewezen. De vervangende hechtenis was opgelegd wegens overtreding van een contactverbod dat was opgelegd in een eerder arrest van het hof Arnhem-Leeuwarden.
De rechter-commissaris oordeelde dat uit het dossier onvoldoende bewijs bleek dat de veroordeelde daadwerkelijk contact had gezocht met het slachtoffer. Er ontbraken essentiële gegevens zoals het telefoonnummer waarmee contact was opgenomen en de herkomst van een voicemail. Hierdoor kon niet worden vastgesteld dat de veroordeelde de maatregel had geschonden.
Het hof heeft het verzoek van het Openbaar Ministerie tot aanhouding van de zaak afgewezen, omdat een spoedige beslissing moest prevaleren boven het aanleveren van aanvullende stukken. Het hof bevestigde de beslissing van de rechter-commissaris en oordeelde dat het ontbreken van bewijs betekent dat de tenuitvoerlegging van de vervangende hechtenis niet gerechtvaardigd is.
De veroordeelde was niet aanwezig bij de zitting, en ook zijn raadsman was afwezig. Het hof baseerde zich uitsluitend op de reeds beschikbare stukken en wees het beroep van het Openbaar Ministerie af.
Uitkomst: Het hof bevestigt de afwijzing van de tenuitvoerlegging van vervangende hechtenis wegens onvoldoende bewijs van overtreding van het contactverbod.