In hoger beroep heeft het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden het vonnis van de rechtbank Gelderland bevestigd waarbij verdachte werd veroordeeld tot twaalf maanden gevangenisstraf voor meermalen gepleegde oplichting, verduistering en het opzettelijk en wederrechtelijk gebruiken van identificerende persoonsgegevens van een ander. Het hof heeft de kwalificaties van enkele feiten aangepast en de gronden aangevuld.
De verdediging verzocht om behandeling via videoverbinding of aanhouding van de zaak vanwege persoonlijke omstandigheden van verdachte en angst voor gijzeling, maar het hof wees deze verzoeken af. De benadeelde partij vorderde schadevergoeding, waarvan het hof een deel toewijst (€163,- materiële schade) en de rest niet-ontvankelijk verklaart wegens onvoldoende onderbouwing. De immateriële schade wordt eveneens afgewezen.
Het hof legde aan verdachte de verplichting op om de toegewezen schadevergoeding aan de Staat te betalen ten behoeve van het slachtoffer, met wettelijke rente vanaf 16 februari 2019. Tevens werd de duur van gijzeling vastgesteld op maximaal drie dagen. Het vonnis is uitgesproken in afwezigheid van verdachte op 21 september 2023.