ECLI:NL:GHARL:2023:10486
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Hoger beroep
- Wijma
- Rechtspraak.nl
Bevestiging niet-ontvankelijkheid hoger beroep wegens niet stellen zekerheid bij verkeersboete
De betrokkene stelde hoger beroep in tegen de beslissing van de kantonrechter die zijn beroep tegen de officier van justitie niet-ontvankelijk verklaarde wegens het niet tijdig stellen van zekerheid voor betaling van een sanctie van €51,- en administratiekosten.
De betrokkene voerde onder meer aan dat de beslissing een dreigement was, dat hij als vrij en soeverein mens geen contract had met de belastingdienst, en dat de opgelegde dwang in strijd was met diverse artikelen van de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens en de Uniform Commercial Code. Het hof oordeelde dat deze argumenten niet leiden tot het niet van toepassing zijn van de Nederlandse wetgeving.
Het hof benadrukte dat het niet aan de rechter is om de innerlijke waarde van de wet te beoordelen of terzijde te stellen en dat volkenrechtelijke verdragen de toepassing van nationaal recht niet in de weg staan. Omdat de betrokkene geen zekerheid stelde en dit hem kan worden toegerekend, bevestigde het hof de beslissing van de kantonrechter en kon het de inhoudelijke bezwaren tegen de sanctie niet beoordelen.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het niet stellen van zekerheid conform artikel 11 Wahv.