Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
verzoekster in het principaal hoger beroep,
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Partijen, gehuwd in 2000 onder het regime van algehele gemeenschap van goederen, zijn gescheiden per 20 april 2023. De rechtbank had de echtscheiding uitgesproken en de verdeling van de huwelijksgoederengemeenschap vastgesteld, inclusief zorgregeling en hoofdverblijfplaats van minderjarige kinderen.
In hoger beroep zijn diverse geschilpunten aan de orde, waaronder de verdeling van bankrekeningen, schulden aan derden, terugvordering van kindgebonden budget en eventuele naheffingen over 2021 en 2022. De vrouw betwist onder meer de draagplicht voor rente en terugvordering, terwijl de man aanvullende verzoeken indient over betalingstermijnen en inboedelverdeling.
Het hof oordeelt dat het Nederlandse recht van toepassing is en bevestigt het uitgangspunt dat partijen ieder voor de helft draagplichtig zijn voor schulden en rente. Het hof wijzigt de beschikking door expliciet vast te stellen dat de man de helft van de schuld aan een derde en de bijbehorende rente aan de vrouw moet voldoen. Andere verzoeken, waaronder over de inboedel en naheffingen, worden afgewezen wegens onvoldoende onderbouwing of onbepaaldheid.
De proceskosten worden gecompenseerd, zodat partijen ieder hun eigen kosten dragen. De beschikking van de rechtbank wordt in alle overige onderdelen bekrachtigd en het hoger beroep wordt voor het overige afgewezen.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt de rechtbankbeslissing, vult de verdeling van de schuld aan en wijst overige verzoeken af.