In deze zaak staat het beschermingsbewind over de goederen van verzoeker centraal. Het bewind werd in 2015 op verzoek van verzoeker ingesteld vanwege zijn lichamelijke of geestelijke toestand. Verzoeker heeft in november 2022 verzocht het bewind op te heffen of de bewindvoerder te vervangen, maar de kantonrechter wees dit af in maart 2023.
Verzoeker ging hiertegen in hoger beroep bij het hof Arnhem-Leeuwarden. Tijdens de zitting op 24 november 2023 gaf de advocaat van verzoeker de oorspronkelijke beschikking van 2014 aan het hof. Verzoeker stelt dat het bewind niet langer nodig is en wil zelf zijn financiële zaken regelen. De bewindvoerder stelt echter dat eerst een zelfredzaamheidstraject moet worden doorlopen om te beoordelen of verzoeker daartoe in staat is.
Het hof oordeelt dat verzoeker de kans moet krijgen om onder begeleiding van de bewindvoerder via een zelfredzaamheidtraject te laten zien dat hij weer zelf zijn geldzaken kan beheren. Daarom wordt de zaak aangehouden voor zes maanden. De bewindvoerder wordt gevraagd verzoeker zo spoedig mogelijk aan te melden voor dit traject. Voor 21 juni 2024 moet het hof schriftelijk worden geïnformeerd over het verloop van het traject, waarna het hof zal beslissen over het verdere verloop van de procedure.
Daarnaast benoemt het hof een raadsheer-commissaris om de voortgang te monitoren. Zowel de advocaat van verzoeker als de bewindvoerder kunnen via de griffie contact opnemen met deze raadsheer-commissaris voor vragen of opmerkingen. De beschikking is op 14 december 2023 in het openbaar uitgesproken.