ECLI:NL:GHARL:2023:1065
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid hoger beroep wegens niet bereiken appelgrens bij premiebetaling aanvullende tandartsverzekering
Appellant, woonachtig in een zorginstelling, vorderde bij de kantonrechter terugbetaling van onverschuldigde premie voor een aanvullende tandartsverzekering over de jaren 2015 tot en met 2019, alsmede een verklaring dat Menzis haar zorgplicht had geschonden. De kantonrechter wees deze vorderingen af.
In hoger beroep stelde appellant dat de verkeerde partij was gedagvaard, maar het hof liet deze vraag in het midden en richtte zich eerst op de ontvankelijkheid van het hoger beroep. Volgens artikel 332 lid 1 Rv Pro is hoger beroep niet mogelijk als de vordering niet meer dan €1.750 bedraagt, inclusief rente.
De hoofdsom van appellant bedroeg €990,72, vermeerderd met buitengerechtelijke kosten en wettelijke rente, wat samen niet de appelgrens van €1.750 bereikte. Ook de verklaringen voor recht hadden geen hogere waarde dan de vordering tot betaling. Daarom verklaarde het hof appellant niet-ontvankelijk in hoger beroep en veroordeelde hem tot betaling van de proceskosten van Menzis.
Uitkomst: Appellant wordt niet-ontvankelijk verklaard in hoger beroep wegens niet bereiken van de appelgrens en veroordeeld tot betaling van proceskosten.