In deze civiele zaak in het personen- en familierecht heeft het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden op 12 december 2023 uitspraak gedaan over het verzoek van de vader om de uitvoerbaarheid bij voorraad van een eerder door de rechtbank verleende verhuisbeschikking te schorsen.
De rechtbank had aan de moeder vervangende toestemming verleend om met de minderjarige kinderen te verhuizen naar een andere plaats, en deze beschikking was uitvoerbaar bij voorraad verklaard. De vader stelde hoger beroep in en verzocht om schorsing van de uitvoerbaarheid bij voorraad.
Het hof overwoog dat de moeder in strijd met het ouderschapsplan handelde door buiten de afgesproken straal van 10 kilometer te verhuizen. De verhuizing was gepland voordat de hoofdzaak behandeld zou worden, waardoor het hoger beroep mogelijk zinledig zou worden. Het hof vond het belang van de vader bij schorsing zwaarder wegen dan het belang van de moeder bij handhaving van de uitvoerbaarheid bij voorraad, mede gezien de gang van zaken rondom de aan- en verkoop van woningen.
Daarom schorst het hof de werking van de beschikking totdat in hoger beroep in de hoofdzaak is beslist.