Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:GHARL:2023:10904

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

Datum uitspraak
22 december 2023
Publicatiedatum
22 december 2023
Zaaknummer
200.335.195
Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoger beroep tegen tussentijdse beëindiging wettelijke schuldsaneringsregeling met instelling beschermingsbewind

De rechtbank Gelderland heeft bij vonnis van 23 november 2023 de wettelijke schuldsaneringsregeling van de schuldenaren tussentijds beëindigd vanwege onvoldoende nakoming van informatie- en afdrachtverplichtingen. De schuldenaren gingen hiertegen in hoger beroep bij het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden.

Het hof heeft het hoger beroep behandeld en vastgesteld dat de schuldenaren niet steeds op eigen initiatief alle noodzakelijke informatie aan de bewindvoerder hebben verstrekt en dat zij achterstanden hadden in hun afdrachtverplichtingen. Desondanks is gebleken dat zij geen nieuwe huurachterstand hebben opgebouwd en dat de beschermingsbewindvoerder inmiddels is benoemd om hen te begeleiden.

Het hof acht de tussentijdse beëindiging door de rechtbank te ver gaan gezien de bijzondere omstandigheden, waaronder het feit dat de schuldenaren een budgetplan hebben opgesteld en bereid zijn hun uitgavenpatroon aan te passen. Het hof vernietigt het vonnis van de rechtbank en bepaalt dat de schuldsaneringsregeling wordt voortgezet met de instelling van beschermingsbewind, zodat de schuldenaren beter begeleid worden bij het nakomen van hun verplichtingen.

De schuldenaren krijgen hiermee een laatste kans om hun regeling met een schone lei af te sluiten, waarbij het hof benadrukt dat zij zich strikt moeten houden aan de instructies van de beschermingsbewindvoerder en het budgetplan.

Uitkomst: Het hof vernietigt de tussentijdse beëindiging en bepaalt voortzetting van de schuldsaneringsregeling met beschermingsbewind.

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN

locatie Arnhem
afdeling civiel recht
zaaknummer gerechtshof: 200.335.195
(insolventienummers rechtbank Gelderland, zittingsplaats Zutphen: R.05/22/164 en 165)
arrest van 22 december 2023
in de zaak van
[geïntimeerde1]en
[geïntimeerde2]
die beiden wonen in [woonplaats1]
die hoger beroep hebben ingesteld
hierna: [geïntimeerden]
advocaat: mr. M.H. Hogeman.

1.De procedure bij de rechtbank

1.1
Bij vonnissen van 29 augustus 2022 heeft de rechtbank Gelderland, zittingsplaats Zutphen (hierna: de rechtbank), [geïntimeerden] toegelaten tot de wettelijke schuldsaneringsregeling. Hierbij is [naam1] tot bewindvoerder benoemd.
1.2 Bij vonnis van 23 november 2023 heeft de rechtbank de schuldsaneringsregeling van
[geïntimeerden] tussentijds beëindigd, zonder dat aan [geïntimeerden] de schone lei wordt verleend. Het hof verwijst naar dat vonnis.
2. De procedure bij het hof
2.1
Bij ter griffie van het hof op 1 december 2023 ingekomen verzoekschrift zijn [geïntimeerden] in hoger beroep gekomen van het vonnis van 23 november 2023.
[geïntimeerden] verzoeken het hof dat vonnis te vernietigen, indien nodig met verlenging van de oorspronkelijke duur van hun schuldsaneringsregeling.
2.2
Het hof heeft kennisgenomen van:
- het verzoekschrift met één productie;
- de brief met producties van 8 december 2023 van de bewindvoerder;
- de brief met producties van 8 december 2023 van mr. Hogeman en
- de ter zitting overgelegde brief van 13 december 2023 van mr. Hogeman met producties.
2.3
De zitting heeft plaatsgevonden op 18 december 2023. Hierbij zijn [geïntimeerden] verschenen, bijgestaan door mr. Hogeman. Verder zijn verschenen de bewindvoerder en [naam2] van Bago Bewindvoering, op 6 december 2023 benoemd tot beschermingsbewindvoerder van [geïntimeerden] .
3. De motivering van de beslissing in hoger beroep
3.1
Op 17 mei 2023 heeft een verhoor bij de rechter-commissaris plaatsgevonden. Hierbij heeft de rechter-commissaris de bewindvoerder verzocht een voordracht te doen om de schuldsaneringsregelingen van [geïntimeerden] tussentijds te beëindigen, omdat de informatie- en afdrachtverplichting niet goed verliepen.
3.2
De rechtbank heeft na dat verhoor het door de bewindvoerder ingediende beëindigingsverzoek behandeld op de zitting van 29 juni 2023. Op deze zitting heeft de bewindvoerder zijn beëindigingsverzoek ingetrokken.
In het verkort proces-verbaal van 29 juni 2023 komt hierover het volgende naar voren. Ondanks de boedelachterstand van € 3.451,22 en het niet volledig voldoen aan de informatie- en sollicitatieverplichting, ziet de bewindvoerder aanleiding [geïntimeerden] een allerlaatste kans te geven hun regeling alsnog tot een goed einde te brengen. Hierbij is [geïntimeerden] voorgehouden dat zij voortaan strikt moeten voldoen aan de verplichtingen van hun schuldsaneringsregeling. Zij moeten de boedelachterstand met een extra afdracht van € 120 per maand zo spoedig mogelijk, voor het einde van de looptijd van hun regeling, inlopen en de bewindvoerder op de hoogte houden van hun aanvraag tot beschermingsbewind. Aan het feit dat [geïntimeerde1] in het verleden niet steeds volledig had voldaan aan de (aanvullende) sollicitatieplicht, werden op dat moment geen consequenties verbonden.
3.3
Bij verzoek van 10 oktober 2023 heeft de bewindvoerder opnieuw een verzoek tot tussentijdse beëindiging van de regelingen gedaan. De rechtbank heeft bij het bestreden vonnis van 23 november 2023 de wettelijke schuldsaneringsregeling van [geïntimeerden] tussentijds beëindigd, omdat zij hun informatieverplichting ten opzichte van de bewindvoerder niet voldoende zijn nagekomen en omdat zij zich weer niet hebben gehouden aan hun afdrachtverplichting.
Hierbij heeft de rechtbank overwogen dat [geïntimeerden] mogelijk weer een nieuwe schuld hebben laten ontstaan bij woningcorporatie Vivare vanwege zeer onregelmatige huurbetalingen en omdat zij in oktober 2023 weer minder huur hebben betaald.
3.4
Het hof is van oordeel dat voldoende aannemelijk is geworden dat [geïntimeerden] , in strijd met de informatieverplichting, de bewindvoerder niet steeds op eigen initiatief hebben voorzien van alle noodzakelijke informatie.
Verder is gebleken dat [geïntimeerden] de op de zitting van 29 juni 2023 afgesproken maandelijkse aflossingen op de boedelachterstand wel hebben gedaan, maar achter zijn gebleven met hun reguliere afdrachtverplichting.
Hierdoor is nu nog sprake van een boedelachterstand van € 3.395,61, volgens de niet weersproken opgave van de bewindvoerder. Om die achterstand nog binnen de resterende looptijd van de schuldsaneringsregelingen in te kunnen lopen, moest het maandelijkse aflossingsbedrag worden verhoogd van € 120 naar € 160. Ook deze gang van zaken moet [geïntimeerden] worden aangerekend.
3.5
De door de rechtbank hiervoor uitgesproken tussentijdse beëindiging van de schuldsaneringsregeling van [geïntimeerden] gaat het hof in de bijzondere omstandigheden van dit geval echter te ver. [geïntimeerden] moeten nog een kans krijgen hun regeling met een schone lei af te sluiten. Hiertoe neemt het hof het volgende in aanmerking.
Op de zitting is met de overgelegde stukken en de daarbij gegeven toelichting aannemelijk geworden dat [geïntimeerden] geen achterstand hebben in de betaling van hun huur en dat zelfs sprake is van een kleine voorstand. De bewindvoerder heeft dit bevestigd.
Gelet hierop is van een mogelijke nieuwe (huur)schuld geen sprake.
De beschermingsbewindvoerder heeft ter zitting aangegeven dat verwarring omtrent betaling van (mogelijk) wisselende huurbedragen voortaan is uitgesloten, omdat de huur automatisch via de beheerrekening door de verhuurder zal worden geïncasseerd.
Van belang is dat [geïntimeerden] hebben ingezien dat zij niet op eigen kracht hun financiën kunnen beheren en aan de verplichtingen van hun schuldsaneringsregeling kunnen voldoen. Daarom hebben zij een verzoek om beschermingsbewind ingediend. Dat dit bewind niet eerder dan op 6 december 2023 is gerealiseerd, valt hen niet te verwijten. Zoals uit de stukken blijkt, hebben zij op 27 juni 2023, twee dagen voor de (eerste) zitting bij de rechtbank, een contactformulier van de website van Bago Bewindvoering ingevuld waarin zij hebben gevraagd om een spoedafspraak. In haar email van 28 juni 2023 heeft mevrouw [naam2] [geïntimeerden] benaderd voor een intakegesprek op haar kantoor. Door de vakanties kon deze afspraak pas begin september 2023 plaatsvinden. Daarna is de aanvraag bij de kantonrechter ingediend, die daarop begin december 2023 heeft beslist.
Gebleken is dat de beschermingsbewindvoerder, vooruitlopend op haar benoeming, al contact met [geïntimeerden] heeft gehad en de nodige gegevens heeft verzameld.
Bij de zitting van het hof heeft zij haar budgetplan, waarvan de bewindvoerder op de hoogte was, nader toegelicht. Kort gezegd komt dat plan hierop neer dat [geïntimeerden] met een wekelijks bedrag van € 100 aan leefgeld alle lasten, de (door de variërende inkomsten in loondienst van [geïntimeerde1] geschatte gemiddelde) reguliere boedelafdracht en het maandelijkse aflossingsbedrag van € 160 kunnen betalen en de boedelachterstand nog binnen de reguliere looptijd van hun regeling ongedaan kunnen maken.
Hoewel de beschermingsbewindvoerder zich realiseert dat het een behoorlijke opgave voor [geïntimeerden] zal worden hun uitgavenpatroon drastisch te beperken, heeft zij er voldoende vertrouwen in dat zij daarin zullen slagen. De beschermingsbewindvoerder heeft op de zitting toegelicht dat zij dit vertrouwen baseert op de gesprekken die zij met [geïntimeerden] over het budgetplan en de benodigde aanpassingen in hun leven heeft gevoerd.
Ook de bewindvoerder heeft op de zitting dit vertrouwen uitgesproken.
3.6
Nu [geïntimeerden] door het verkrijgen van beschermingsbewind tijdens het verdere verloop van hun schuldsaneringsregeling de nodige begeleiding zullen ontvangen bij het beheer van hun administratie, neemt het hof aan dat de nakoming van de verplichtingen uit hun regeling, waaronder met name de informatie- en afdrachtverplichting, beter gewaarborgd zal zijn. Hierbij weegt mee dat [geïntimeerden] tijdens de zitting overtuigend blijk hebben gegeven van hun bereidheid te doen en te laten wat nodig is om hun schuldsaneringsregeling tot een succesvol einde te brengen.
Het is nu aan [geïntimeerden] te laten zien dat zij de instructies en aanwijzingen van de beschermingsbewindvoerder zullen opvolgen en zich gaan houden aan het voor hen opgestelde budgetplan, waarin heel weinig ruimte voor niet noodzakelijke uitgaven bestaat.
Dit moeten zij zich goed realiseren en hiernaar zullen zij ook moeten handelen.
3.7
Wat betreft de nakoming van de aanvullende sollicitatieverplichting van [geïntimeerde1] merkt het hof tot slot op dat de bewindvoerder op de zitting heeft toegelicht dat [geïntimeerde1] sinds mei 2023 volledig en aantoonbaar aan deze verplichting voldoet en dat hij aan de tekortkoming in de nakoming van deze verplichting in het verleden geen consequenties wenst te verbinden. Ook het hof ziet geen reden om daar alsnog consequenties aan te verbinden.
3.8 Het hoger beroep slaagt. Het hof zal beslissen als hierna te melden.

4.De beslissing

Het hof, recht doende in hoger beroep:
vernietigt het vonnis van de rechtbank Gelderland, zittingsplaats Zutphen, van 23 november 2023 en, opnieuw recht doende:
bepaalt dat de wettelijke schuldsaneringsregeling van [geïntimeerden] wordt voortgezet.
Dit arrest is gewezen door mrs. M.P.M. Hennekens, H.L. Wattel en A.E. de Vos, en is op
22 december 2023 in het openbaar uitgesproken in tegenwoordigheid van de griffier.