Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
verzoeker in hoger beroep,
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Partijen zijn in 1991 gehuwd in gemeenschap van goederen en zijn in 2022 gescheiden. De vrouw diende in 2020 een verzoek tot echtscheiding in. De rechtbank stelde de echtscheiding uit en benoemde deskundigen voor de waardering van de woning en aandelen. De man weigerde zijn deel van het voorschot voor de aandelenwaardering te betalen, waarna de rechtbank het deskundigenonderzoek stopzette en de verdeling vaststelde.
De man ging in hoger beroep met tien grieven, hoofdzakelijk gericht op de waardering en verdeling van de aandelen en woning. Hij verzocht onder meer om de waarde van de aandelen op 1 januari 2021 vast te stellen en de woning aan hem toe te wijzen, met een vergoeding wegens overbedeling. De vrouw verzocht het hof de man niet-ontvankelijk te verklaren of zijn verzoeken af te wijzen.
Het hof oordeelde dat de rechtbank de procesorde niet had geschonden en dat de man voldoende gelegenheid had gehad zijn standpunten te presenteren. Het hof verwierp de stelling dat partijen een overeenkomst hadden gesloten over de waardering van de onderneming gelijk aan de woningwaarde. Het hof achtte het deskundigenrapport betrouwbaar en de toegepaste correcties op de winst, waaronder arbeidsongeschiktheidsuitkeringen, juist.
Partijen waren het eens over verkoop van de woning, waarvoor het hof een procedure vaststelde waarbij een makelaar de vraagprijs bindend kan bepalen. Het hof wees de man 0,1 Bitcoin toe met vergoeding aan hem van de helft van de waarde. De bestreden beschikking werd gedeeltelijk vernietigd en aangevuld, waarbij de kosten in hoger beroep werden gecompenseerd.
Uitkomst: Het hof bevestigt de waardering van de aandelen, regelt de verkoop van de woning en wijst de vrouw 0,1 Bitcoin toe met vergoeding aan de man.