Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
[eiser] (hierna: eiser),
De beslissing van de kantonrechter
Het verloop van de procedure
Van die gelegenheid is geen gebruik gemaakt.
De beoordeling
(…) Grote Marktstraat (…).”
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Eiser werd een bestuurlijke boete van €190 opgelegd wegens overtreding van artikel 2:9, eerste lid, van de Algemene Plaatselijke Verordening (APV) Den Haag door op 2 september 2019 zonder vergunning als straatartiest op te treden op de Grote Marktstraat.
Eiser stelde beroep in tegen deze boete en voerde aan dat het lex mitior-beginsel van toepassing was omdat het uitvoeringsbesluit na de overtreding was ingetrokken, waardoor het optreden als straatmuzikant soepeler werd gereguleerd en hij onder het nieuwe regime zonder meer een vergunning zou hebben gekregen.
Het hof oordeelde dat het intrekken van het uitvoeringsbesluit niet leidde tot een gewijzigd inzicht omtrent de strafwaardigheid van de overtreding, maar slechts tot een andere wijze van reguleren. Het verbod op straatmuziek bleef bestaan en het opleggen van bestuurlijke boetes was nog steeds mogelijk. Daarnaast werd een motiveringsgebrek in de eerdere uitspraak hersteld, maar inhoudelijk werd het beroep ongegrond verklaard.
De beslissing van de kantonrechter werd bevestigd met verbetering van de gronden. Het beroep op het recht op meningsuiting via straatmuziek werd eveneens verworpen, waarbij verwezen werd naar eerdere jurisprudentie.
Uitkomst: Het gerechtshof bevestigt de bestuurlijke boete van €190 voor overtreding van de APV Den Haag.