ECLI:NL:GHARL:2023:11245
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing ontnemingsvordering wegens ontbreken wederrechtelijk verkregen voordeel
In deze ontnemingszaak heeft het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden het vonnis van de rechtbank Midden-Nederland vernietigd en de ontnemingsvordering afgewezen. De zaak betreft een hoger beroep na terugwijzing door de Hoge Raad. De rechtbank en het hof hadden eerder vastgesteld dat betrokkene een bedrag van €40.378,- aan wederrechtelijk verkregen voordeel moest betalen aan de Staat.
De advocaat-generaal vorderde bevestiging van deze ontnemingsvordering, terwijl de verdediging betoogde dat betrokkene de bemiddelingsfee ook zou hebben ontvangen indien de facturen een juiste omschrijving hadden gehad. Het hof heeft geoordeeld dat de positie van betrokkene als bestuurder niet afweek van die van een medeverdachte wiens ontnemingsvordering eerder was afgewezen.
Daarom is het aannemelijk dat betrokkene de bemiddelingsfee rechtmatig heeft ontvangen, waardoor geen sprake is van wederrechtelijk verkregen voordeel. Het hof heeft het vonnis waarvan beroep vernietigd en de ontnemingsvordering afgewezen. Dit arrest is gewezen door een meervoudige kamer van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden te Zwolle op 1 maart 2023.
Uitkomst: De ontnemingsvordering van €40.378,- is afgewezen wegens ontbreken van wederrechtelijk verkregen voordeel.