ECLI:NL:GHARL:2023:1161
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Hoger beroep
- M.L. van der Bel
- R. Prakke-Nieuwenhuizen
- M.H.H.A. Moes
- Rechtspraak.nl
Verdeling huwelijksgemeenschap en onderhoudskosten onroerende zaken na echtscheiding
Partijen zijn in 1998 in gemeenschap van goederen gehuwd en hebben in 2020 echtscheiding aangevraagd, die in 2022 is uitgesproken. De rechtbank had de verdeling van de huwelijksgemeenschap en kosten vastgesteld, maar de vrouw en man zijn het niet eens over diverse posten, waaronder onderhoudskosten onroerende zaken, waardering aandelen, rekeningcourantschuld en verdeling voertuigen.
Het hof oordeelt dat onderhoudskosten van gemeenschappelijke zaken naar evenredigheid moeten worden gedragen, maar dat de door de man opgevoerde kosten onvoldoende zijn onderbouwd. Daarom wordt bepaald dat partijen de netto onderhoudskosten van de onroerende zaken baseren op een gemiddelde van de jaarcijfers 2017-2021 en deze kosten bij helfte verdelen. De onderhoudskosten van voertuigen worden afgewezen wegens gebrek aan onderbouwing.
De waardering van aandelen is ingetrokken door de vrouw. De verdeling van voertuigen wordt vastgesteld: bij gebrekkig overleg binnen vier maanden wordt de Mercedes 190 SL aan de man toegewezen en de overige voertuigen aan de vrouw zonder verrekening. De verdeling van onroerende zaken wordt vastgesteld met specifieke toedeling van panden aan man en vrouw. De vrouw moet de helft van de belastingaanslag 2019 vergoeden en toekomstige aanslagen over huwelijkse periode en gemeenschappelijk vermogen worden bij helfte gedragen.
De bestreden beschikking wordt deels vernietigd en aangevuld, met compensatie van proceskosten en uitvoerbaarheid bij voorraad. De overige verzoeken worden afgewezen.
Uitkomst: Het hof vernietigt deels de beschikking rechtbank, stelt een billijke verdeling van onderhoudskosten en onroerende zaken vast, regelt de verdeling van voertuigen en belastingaanslagen en compenseert proceskosten.