ECLI:NL:GHARL:2023:117

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

Datum uitspraak
6 januari 2023
Publicatiedatum
6 januari 2023
Zaaknummer
200.306.743/01
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • De Witt
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv)
Verwijzingen
1 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging sanctie voor inhalen bij doorgetrokken streep ondanks vermeende uitlokking

De betrokkene werd gesanctioneerd voor het inhalen bij een doorgetrokken streep op de Meppelerweg te Steenwijk op 4 februari 2020. Hij erkende de overtreding maar stelde dat hij was uitgelokt door politieambtenaren in een onopvallend voertuig met een wantrouwen wekkend uiterlijk en asociale kledingstijl. De betrokkene voelde zich bedreigd en zag geen andere mogelijkheid dan het inhalen.

Het hof oordeelt dat het uiterlijk van de inzittenden van het voorliggende voertuig en het feit dat zij in de spiegels keken geen rechtvaardiging vormen voor het overtreden van de verkeersregel. De sanctie is daarom niet onbillijk of onrechtmatig. Klachten over vermeende vooringenomenheid van de rechter en officier van justitie zijn niet-ontvankelijk omdat hiervoor een wrakingsverzoek had moeten worden ingediend.

Het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen omdat de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) geen voorziening voor schadevergoeding bevat. Het hof bevestigt de beslissing van de kantonrechter en verklaart het verzoek om schadevergoeding niet-ontvankelijk.

Uitkomst: Het gerechtshof bevestigt de sanctie van €240 voor het inhalen bij een doorgetrokken streep en verklaart het verzoek om schadevergoeding niet-ontvankelijk.

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN

zittingsplaats Leeuwarden
Zaaknummer
: Wahv 200.306.743/01
CJIB-nummer
: 231839941
Uitspraak d.d.
: 6 januari 2023
Arrestop het hoger beroep inzake de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) tegen de beslissing van de kantonrechter van de rechtbank Overijssel van 16 december 2021, betreffende

[de betrokkene] (hierna: de betrokkene),

wonende te [woonplaats] .

De beslissing van de kantonrechter

De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie ongegrond verklaard.

Het verloop van de procedure

De betrokkene heeft hoger beroep ingesteld tegen de beslissing van de kantonrechter. Er is gevraagd om een schadevergoeding.
De advocaat-generaal heeft een verweerschrift ingediend.
De betrokkene heeft de gelegenheid gekregen het beroep schriftelijk nader toe te lichten. Van die gelegenheid is geen gebruik gemaakt.

De beoordeling

1. Aan de betrokkene is bij inleidende beschikking een sanctie opgelegd van € 240,- voor: “als bestuurder zich links van een doorgetrokken streep bevinden (streep tussen verkeer in beide richtingen)”. Deze gedraging zou zijn verricht op 4 februari 2020 om 16:50 uur op de Meppelerweg in Steenwijk met het voertuig met het kenteken [kenteken] .
2. De betrokkene ontkent niet dat hij de gedraging heeft verricht, maar stelt dat hij door de politieambtenaren in het onopvallende voertuig werd uitgelokt. Volgens de betrokkene gluurden zij expres continu in de achteruitkijkspiegels. Verder hadden zij een wantrouwen wekkend uiterlijk en een asociale kledingstijl die de betrokkene crimineel voorkwam. De betrokkene voelde zich dusdanig bedreigd door deze mensen en hun capriolen, dat hij geen andere mogelijkheid zag dan het voertuig in te halen. De betrokkene beklaagt zich verder over de in zijn ogen vooringenomen houding van de rechter en de vertegenwoordiger van de officier van justitie op de zitting bij de kantonrechter.
3. Vast staat dat de gedraging is verricht. Het hof ziet in het betoog van de betrokkene geen aanleiding om te oordelen dat oplegging van een sanctie in dit geval onbillijk of onrechtmatig is geweest. Het uiterlijk van inzittenden van een voorligger of het feit dat zij in de spiegels kijken, maakt niet dat het de betrokkene vrijstond dat voertuig bij een doorgetrokken streep in te halen.
4. De klachten van de betrokkene over de wijze waarop de kantonrechter en de vertegenwoordiger van de officier van justitie hem op de zitting hebben bejegend, vallen buiten het bereik van deze procedure. Als de betrokkene meende dat er gegronde redenen waren om aan onpartijdigheid van de kantonrechter te twijfelen, had hij een wrakingsverzoek kunnen doen.
5. Het hof zal de beslissing van de kantonrechter bevestigen. Het verzoek om een schadevergoeding wordt niet-ontvankelijk verklaard, aangezien de Wahv niet voorziet in het toekennen van een schadevergoeding.

De beslissing

Het gerechtshof:
bevestigt de beslissing van de kantonrechter;
verklaart het verzoek om een schadevergoeding niet-ontvankelijk.
Dit arrest is gewezen door mr. De Witt, in tegenwoordigheid van mr. Huizenga als griffier, en op een openbare zitting uitgesproken.