In deze civiele zaak staat het hoger beroep centraal tegen een beschikking van de rechtbank Overijssel inzake het ouderschapsplan tussen gescheiden ouders met twee minderjarige kinderen. De moeder verzoekt wijziging van de hoofdverblijfplaats van het oudste kind naar haar, aanpassing van de zorgregeling voor het jongste kind en het verlagen van de kinderalimentatie naar nihil.
De gecertificeerde instelling GI Gelderland is in hoger beroep gegaan over haar positie als belanghebbende en de zorgregeling, maar het hof wijst haar hoger beroep af wegens gebrek aan belang nadat GI Overijssel de uitvoering van de ondertoezichtstelling heeft overgenomen. Het hof oordeelt dat GI Gelderland ten tijde van het instellen van het hoger beroep wel belanghebbende was.
Het hof stelt vast dat de feitelijke situatie is gewijzigd doordat beide kinderen sinds juli 2021 bij de moeder verblijven. Daarom wordt de hoofdverblijfplaats van het oudste kind bij de moeder vastgesteld. Voor het jongste kind wordt een aangepaste zorgregeling vastgesteld die afwijkt van de 50/50-regeling uit het ouderschapsplan, omdat de ouders niet op één lijn zitten en het kind behoefte heeft aan een ontspannen contact met de vader. Het contact wordt gefaseerd uitgebreid volgens een door het hof vastgestelde opbouwregeling.
De kinderalimentatie wordt met ingang van 1 juli 2021 op nihil gesteld vanwege de gewijzigde verblijfsituatie. Het hof wijst het verzoek af om de beschikking met behulp van de sterke arm ten uitvoer te leggen. De proceskosten worden ieder voor eigen rekening gelaten.