ECLI:NL:GHARL:2023:1236

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

Datum uitspraak
13 februari 2023
Publicatiedatum
13 februari 2023
Zaaknummer
Wahv 200.310.247
Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • De Witt
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 3, tweede lid WahvArt. 11, vierde lid RVV 1990
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging sanctie voor rechts inhalen op uitvoegstrook A1 bij Apeldoorn

De betrokkene werd een administratieve sanctie van €240 opgelegd wegens rechts inhalen waar dat verboden is, gepleegd op 18 juli 2020 op de Rijksweg A1 nabij Apeldoorn. De betrokkene stelde via zijn gemachtigde dat de gedraging niet kon worden vastgesteld, onder meer omdat de uitvoegstrook slechts één rijstrook zou hebben en rechts inhalen onder bepaalde markeringen is toegestaan.

Het hof onderzocht de situatie aan de hand van verklaringen en Google Maps Streetview-beelden. Uit de verklaring van de betrokken ambtenaar bleek dat de betrokkene met zijn voertuig rechts een ander voertuig had ingehaald met gebruikmaking van de uitvoegstrook van de A50 richting Zwolle. Het hof oordeelde dat het verboden was om daar rechts in te halen, omdat de betrokkene zich niet rechts van een blokmarkering bevond zoals bedoeld in het RVV 1990.

De stelling van de betrokkene dat de verklaring onmogelijk juist kon zijn, werd verworpen omdat geen overtuigende argumenten werden gegeven en het dossier geen aanwijzingen bevatte die de verklaring van de ambtenaar in twijfel trokken. Het hof bevestigde daarom de beslissing van de kantonrechter en wees het verzoek om proceskostenvergoeding af.

Uitkomst: De boete van €240 voor rechts inhalen op de uitvoegstrook wordt bevestigd en het verzoek om proceskostenvergoeding afgewezen.

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN

zittingsplaats Leeuwarden
Zaaknummer
: Wahv 200.310.247/01
CJIB-nummer
: 235040188
Uitspraak d.d.
: 13 februari 2023
Arrestop het hoger beroep inzake de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) tegen de beslissing van de kantonrechter van de rechtbank Gelderland van 25 maart 2022, betreffende

[de betrokkene] (hierna: de betrokkene),

wonende te [woonplaats] .
De gemachtigde van de betrokkene is mr. I.N.D.J. Rissema, kantoorhoudende te Dordrecht.

De beslissing van de kantonrechter

De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie ongegrond verklaard. Het verzoek om een proceskostenvergoeding is afgewezen.

Het verloop van de procedure

De gemachtigde van de betrokkene heeft hoger beroep ingesteld tegen de beslissing van de kantonrechter. Er is gevraagd om een proceskostenvergoeding.
De advocaat-generaal heeft een verweerschrift ingediend.
De gemachtigde van de betrokkene heeft de gelegenheid gekregen het beroep schriftelijk nader toe te lichten. Van die gelegenheid is geen gebruik gemaakt.

De beoordeling

1. Aan de betrokkene is als kentekenhouder bij inleidende beschikking een sanctie opgelegd van € 240,- voor: “rechts inhalen waar dat verboden is”. Deze gedraging zou zijn verricht op 18 juli 2020 om 19:09 uur op de Rijksweg A1 ter hoogte van hmp 88.1 links ‘h’ in Apeldoorn met het voertuig met het kenteken [kenteken] .
2. De gemachtigde van de betrokkene voert aan dat de gedraging niet kan worden vastgesteld. De verklaring van de betrokken ambtenaar kan onmogelijk juist zijn. De uitvoegstrook van de A1 naar de A50, zijnde de pleeglocatie van de vermeende gedraging, bestaat slechts uit één rijstrook, zodat het reeds om die reden niet mogelijk is om daar in te halen. Ter onderbouwing heeft de gemachtigde een via Google Maps Streetview verkregen afbeelding ingebracht. Voor zover er toch sprake is geweest van inhalen, is dit gebeurd terwijl tussen de betreffende rijbanen een blokmarkering was aangebracht. Bij een dergelijke markering is het op grond van artikel 11, vierde lid, van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 (hierna: RVV 1990) toegestaan om rechts in te halen.
3. Naar aanleiding van hetgeen door de gemachtigde naar voren is gebracht, heeft het hof onderstaande afbeelding via de openbare bron Google Maps Streetview met betrekking tot de situatie ter plaatse verkregen.
4. Een daartoe aangewezen ambtenaar kan op grond van artikel 3, tweede lid, van de Wahv een administratieve sanctie opleggen voor onder meer een gedraging die door deze ambtenaar zelf is vastgesteld. Dat de gedraging is verricht, moet voldoende blijken uit de beschikbare gegevens. Of van de juistheid van deze gegevens kan worden uitgegaan, is ervan afhankelijk of de betrokkene argumenten heeft aangevoerd die leiden tot twijfel aan de juistheid van (delen van) die gegevens dan wel het dossier daar aanleiding toe geeft.
5. De gegevens waarop de ambtenaar zich bij de oplegging van de sanctie heeft gebaseerd,
zijn opgenomen in het zaakoverzicht. Dit zaakoverzicht bevat onder meer de volgende gegevens
- zakelijk weergegeven -:
“Ik reed met mijn personenauto over de rechterrijstrook van de uit twee rijstroken bestaande afslag Arnhem/Zwolle van de rijbaan van de Rijksweg A1. Ik reed met een snelheid van ongeveer 110 km/u. Ik kwam uit de richting Rijksweg A1, afslag Voorst, en ik ging in de richting A50 Arnhem. Net voor hmp 88.2 links, begint de afslag A50 richting Zwolle. Ik zag in mijn buitenspiegel een personenauto met grote snelheid aan komen rijden over de linkerrijstrook van de rijbaan van de Rijksweg A1. Ik zag dat deze personenauto van het merk Volkswagen, type: Polo, met het kenteken [kenteken] , mij over de linkerrijstrook inhaalde en na de inhaalmanoeuvre naar de rechterrijstrook ging. Ik zag dat hij kennelijk door de hoge snelheid een ruimere bocht diende te maken om zijn weg te kunnen vervolgen en naar rechts opschoof naar de uitvoegstrook van A50 richting Zwolle. Nadat hij hmp 88.1 ‘h’ was gepasseerd en een ander voertuig rechts had ingehaald, reed hij met zijn voertuig via het puntstuk weer naar links naar de rechterrijstrook van de uit twee rijstroken bestaande afslag A50 richting Arnhem.”
6. Het hof stelt vast dat de stelling van de gemachtigde dat de verklaring van de ambtenaar onmogelijk juist kan zijn, is gegrond op de veronderstelling dat de door de bestuurder van het voertuig van de betrokkene uitgevoerde inhaalmanoeuvre heeft plaatsgevonden op de uitvoegstrook van de A50 richting Zwolle. Op grond van de hiervoor weergegeven afbeelding in samenhang met de verklaring van de verklaring is genoegzaam duidelijk dat die stelling op een verkeerde lezing van de verklaring van de ambtenaar berust. Uit die verklaring volgt immers dat het betrokken voertuig met gebruikmaking van de uitvoegstrook van de A50 richting Zwolle een op de rijbaan van de A50 richting Arnhem aanwezig voertuig rechts heeft ingehaald.
7. Anders dan de gemachtigde van de betrokkene heeft aangevoerd is ter plaatse niet toegestaan om rechts in te halen. Hoewel de inhaalmanoeuvre heeft plaatsgevonden met gebruikmaking van een uitvoegstrook, is het vierde lid van artikel 11 RVV Pro 1990 in de onderhavige situatie niet van toepassing. De betrokkene bevond zich niet rechts van de blokmarkering als bedoeld in dit artikellid, nu hij niet bezig was om met gebruikmaking van de uitvoegstrook de doorgaande rijbaan te verlaten (vergelijk het arrest van het hof van 8 april 2011, gepubliceerd op rechtspraak.nl onder ECLI:NL:GHLEE:2011:BQ4451).
8. Het voorgaande betekent dat de betrokkene de gedraging ontkent, maar dat hiervoor geen overtuigende argumenten worden gegeven. Nu het dossier evenmin aanwijzingen dat de verklaring van de ambtenaar niet juist is, ziet het hof daarom geen reden om aan de juistheid van die verklaring te twijfelen. Gelet hierop kan worden vastgesteld dat de gedraging is verricht.
9. De aangevoerde gronden treffen geen doel. De beslissing van de kantonrechter zal worden bevestigd.
10. Nu de betrokkene niet in het gelijk wordt gesteld, zal het verzoek om een proceskostenvergoeding worden afgewezen (vgl. de arresten van het hof van 28 april 2020 en 1 april 2021, vindplaatsen op rechtspraak.nl: ECLI:NL:GHARL:2020:3336 en 2021:1786).

De beslissing

Het gerechtshof:
bevestigt de beslissing van de kantonrechter;
wijst het verzoek om vergoeding van proceskosten af.
Dit arrest is gewezen door mr. De Witt, in tegenwoordigheid van mr. Pullens als griffier, en op een openbare zitting uitgesproken.