ECLI:NL:GHARL:2023:1256
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Hoger beroep
- Beswerda
- Rechtspraak.nl
Vernietiging sanctiebeschikking wegens onvoldoende motivering staandehouding bij mobiele radarcontrole
In hoger beroep tegen een sanctiebeschikking opgelegd op grond van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) heeft het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden geoordeeld dat de sanctie ten onrechte aan de kentekenhouder is opgelegd. De zaak betreft een overtreding geconstateerd met een mobiele radarcontrole.
De advocaat-generaal verstrekte aanvullende informatie over de werkwijze bij mobiele radarcontroles, waaruit bleek dat staandehouding in beginsel mogelijk is, maar in de praktijk vaak niet plaatsvindt omdat meestal slechts één ambtenaar ter plaatse is die de apparatuur bedient. De ambtenaar die de overtreding constateerde had echter onvoldoende gemotiveerd waarom in dit concrete geval geen reële mogelijkheid tot staandehouding bestond.
Op grond van artikel 5 Wahv Pro moet de bestuurder in beginsel worden staande gehouden om zijn identiteit vast te stellen, tenzij geen reële mogelijkheid tot staandehouding bestond. Het hof oordeelde dat de enkele vermelding dat het een mobiele radarcontrole betrof onvoldoende is om aan te nemen dat staandehouding niet mogelijk was. Daarom is de sanctie ten onrechte aan de kentekenhouder opgelegd en wordt de beschikking vernietigd.
Het hof veroordeelde de advocaat-generaal tot vergoeding van de proceskosten aan de betrokkene. Hiermee wordt het belang van een zorgvuldige motivering bij het opleggen van sancties onder de Wahv benadrukt.
Uitkomst: De sanctiebeschikking aan de kentekenhouder is vernietigd wegens onvoldoende motivering van het ontbreken van een reële mogelijkheid tot staandehouding.