ECLI:NL:GHARL:2023:1262

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

Datum uitspraak
14 februari 2023
Publicatiedatum
14 februari 2023
Zaaknummer
Wahv 200.310.404
Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • Wijma
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 24 lid 4 RVV 1990Art. 3 lid 2 Wahv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging sanctie parkeren buiten parkeervak bij bord E4 ondanks ontbreken belijning

De betrokkene kreeg een boete van €100 voor het parkeren buiten een parkeervak bij een bord E4 op de Hoge Kanaaldijk in Maastricht. De betrokkene stelde dat er geen parkeervakken waren aangegeven, omdat er geen belijning of markering aanwezig was. Het hof oordeelde dat ondanks het ontbreken van belijning, de verharde stroken die duidelijk van de rijbaan gescheiden zijn door een goot, als parkeervakken moeten worden beschouwd.

De kantonrechter had het beroep van de betrokkene ongegrond verklaard en het hof bevestigt deze beslissing. Foto’s en Google Street View beelden toonden aan dat het voertuig deels op de rijbaan en deels in het groen stond geparkeerd, buiten de verharde stroken die als parkeervakken gelden.

Het hof overwoog dat het ontbreken van een wettelijke definitie van parkeervak betekent dat de uiterlijke verschijningsvorm bepalend is. De discretionaire bevoegdheid van de ambtenaar om een sanctie op te leggen voor een gedraging blijft intact, ook als meerdere overtredingen mogelijk zijn. Het verzoek om proceskostenvergoeding werd afgewezen omdat de betrokkene niet in het gelijk werd gesteld.

Uitkomst: Het gerechtshof bevestigt de boete van €100 voor parkeren buiten het parkeervak bij bord E4.

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN

zittingsplaats Leeuwarden
Zaaknummer
: Wahv 200.310.404/01
CJIB-nummer
: 241917990
Uitspraak d.d.
: 14 februari 2023
Arrestop het hoger beroep inzake de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) tegen de beslissing van de kantonrechter van de rechtbank Limburg van 3 maart 2022, betreffende

[de betrokkene] (hierna: de betrokkene),

wonende te [woonplaats] .
De gemachtigde van de betrokkene is M.J.M. Bergers, kantoorhoudende te Maastricht.

De beslissing van de kantonrechter

De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie ongegrond verklaard en het verzoek om een proceskostenvergoeding afgewezen.

Het verloop van de procedure

De gemachtigde van de betrokkene heeft hoger beroep ingesteld tegen de beslissing van de kantonrechter. Er is gevraagd om een proceskostenvergoeding.
De advocaat-generaal heeft een verweerschrift ingediend.
De gemachtigde van de betrokkene heeft het beroep schriftelijk nader toegelicht.
De advocaat-generaal heeft de gelegenheid gekregen daarop te reageren. Van die gelegenheid is geen gebruik gemaakt.

De beoordeling

1. Aan de betrokkene is als kentekenhouder bij inleidende beschikking een sanctie opgelegd van € 100,- voor: “parkeren buiten parkeervak bij één van de borden E4 tot en met E10, E12 of E13 van bijlage 1 van het RVV 1990”. Deze gedraging zou zijn verricht op 13 juni 2021 om 16:18 uur op de Hoge Kanaaldijk in Maastricht met het voertuig met het kenteken [kenteken] .
2. De gemachtigde van de betrokkene voert aan dat de betreffende parkeergelegenheid niet is voorzien van parkeervakken, zodat niet kan worden vastgesteld dat de gedraging is verricht. Er is geen belijning aangebracht en ook op andere wijze zijn geen vakken aangeduid middels bijvoorbeeld klinkers of metalen objecten in de grond. Ter onderbouwing heeft de gemachtigde eerder in de procedure afdrukken van Google Maps Street View overgelegd van de situatie ter plaatse.
3. De onderhavige gedraging betreft een overtreding van artikel 24, vierde lid, van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 (RVV 1990), waarin is bepaald dat indien een parkeergelegenheid, aangeduid met een van de verkeersborden E4 tot en met E10, E12 of E13 van bijlage 1, is voorzien van parkeervakken, slechts in die vakken mag worden geparkeerd.
4. Een daartoe aangewezen ambtenaar kan op grond van artikel 3, tweede lid, van de Wahv een administratieve sanctie opleggen voor een gedraging die door deze ambtenaar zelf of op geautomatiseerde wijze is vastgesteld. Dat de gedraging is verricht, moet voldoende blijken uit de beschikbare gegevens. Of van de juistheid van deze gegevens kan worden uitgegaan, is ervan afhankelijk of de betrokkene argumenten heeft aangevoerd die leiden tot twijfel aan de juistheid van (delen van) die gegevens dan wel het dossier daar aanleiding toe geeft.
5. De gegevens waarop de ambtenaar zich bij de oplegging van de sanctie heeft gebaseerd, zijn opgenomen in het zaakoverzicht. In dit zaakoverzicht staat zakelijk weergegeven onder meer dat de ambtenaar heeft geconstateerd dat het voertuig met voormeld kenteken op voormelde datum, tijd en plaats buiten een parkeervak stond geparkeerd op een parkeergelegenheid, aangeduid middels een bord E4 van bijlage 1 van het RVV 1990.
6. Voorts bevinden zich in het dossier twee foto’s van de gedraging. Op de ene foto’s is een bord E4 (parkeergelegenheid) te zien. Op de andere foto is te zien dat het voertuig van de betrokkene niet in een parkeervak deels op de rijbaan en deels in het groen staat geparkeerd.
7. Niet betwist is dat het voertuig van de betrokkene niet in een parkeervak stond geparkeerd op een parkeergelegenheid die is aangeduid middels een bord E4. Gelet op hetgeen is aangevoerd dient te worden beoordeeld of de betreffende parkeergelegenheid is voorzien van parkeervakken.
8. Het RVV 1990 kent geen definitie of omschrijving van het begrip “parkeervak”. Bij gebreke van een wettelijke definitie kan aan de hand van het spraakgebruik en de uiterlijke verschijningsvorm van een weggedeelte worden beoordeeld of al dan niet sprake is van parkeervakken.
9. Op de door de gemachtigde overgelegde afdrukken, alsmede op de afdruk van Google Maps Street View die de advocaat-generaal bij het verweerschrift heeft gevoegd, is de betreffende parkeergelegenheid te zien. Ter plaatse zijn verharde stroken aangebracht die door middel van een goot zijn afgescheiden van de rijbaan. Er is sprake van een duidelijk herkenbaar materiaalverschil tussen deze stroken en de rijbaan. Het is evident dat de wegbeheerder heeft bedoeld dat voertuigen hier alleen in deze stroken worden geparkeerd. Naar het oordeel van het hof dienen deze stroken daarom als parkeervakken te worden aangemerkt. Dat binnen deze stroken geen afzonderlijke vakindeling is aangebracht middels belijning of anderszins, maakt dit niet anders. Gelet hierop kan worden vastgesteld dat de gedraging is verricht.
10. De door de gemachtigde opgeworpen vraag of een stuk groen dat eveneens door middel van een goot is afgescheiden van de rijbaan al dan niet als een parkeervak moet worden aangemerkt behoeft geen bespreking, nu dit niet de plek is waar het voertuig van de betrokkene stond geparkeerd.
11. Dat de ambtenaar in dit geval mogelijk ook een sanctie had kunnen opleggen voor het parkeren in een groenstrook, zoals gesteld door de gemachtigde, brengt niet mee dat de ambtenaar geen sanctie had mogen opleggen voor de onderhavige gedraging. Wanneer er meerdere gedragingen zijn verricht, heeft een ambtenaar immers de discretionaire bevoegdheid om te kiezen voor welke gedraging hij een sanctie oplegt.
12. Het voorgaande brengt mee dat de kantonrechter het beroep terecht ongegrond heeft verklaard. De beslissing van de kantonrechter zal dan ook worden bevestigd.
13. Nu de betrokkene niet in het gelijk wordt gesteld, zal het verzoek om een proceskostenvergoeding worden afgewezen (vgl. de arresten van het hof van 28 april 2020 en 1 april 2021, vindplaatsen op rechtspraak.nl: ECLI:NL:GHARL:2020:3336 en 2021:1786).

De beslissing

Het gerechtshof:
bevestigt de beslissing van de kantonrechter;
wijst het verzoek om vergoeding van proceskosten af.
Dit arrest is gewezen door mr. Wijma, in tegenwoordigheid van mr. Starreveld als griffier, en op een openbare zitting uitgesproken.