De terbeschikkinggestelde is in hoger beroep gegaan tegen de beslissing van de rechtbank Zeeland-West-Brabant om zijn terbeschikkingstelling (TBS) met voorwaarden te verlengen met twee jaar en hem alsnog van overheidswege te verplegen. Het hof heeft nader onderzoek verricht naar de mogelijkheden voor voortzetting van de klinische behandeling binnen het huidige kader.
Uit het onderzoek bleek dat de huidige forensisch psychiatrische kliniek (FPK 1) niet bereid is de terbeschikkinggestelde verder te behandelen binnen het kader van de TBS met voorwaarden, ook niet in combinatie met een civielrechtelijke zorgmachtiging voor verplichte medicatietoediening. Een andere kliniek (FPK 2) is wel bereid tot opname en behandeling, maar de terbeschikkinggestelde stemt niet in met de noodzakelijke wijziging van de voorwaarden om daar te worden opgenomen.
Het hof concludeert dat het niet mogelijk is om het hoge recidiverisico op maatschappelijk aanvaardbaar niveau te brengen door voortzetting van de klinische behandeling binnen het huidige kader. Daarom bevestigt het hof de beslissing van de rechtbank tot verlenging van de TBS met twee jaar en het bevel tot verpleging van overheidswege. Het hof acht dit noodzakelijk in het belang van de veiligheid van anderen en de algemene veiligheid.