De veroordeelde is veroordeeld tot een ISD-maatregel en zit inmiddels ruim twee jaar en acht maanden vast. Tijdens deze periode zijn verschillende pogingen gedaan om hem klinisch te behandelen en door te laten stromen naar een beschermde woonvoorziening, maar deze zijn mislukt vanwege zijn agressieve gedrag en middelengebruik.
De rechtbank Limburg besloot op 7 november 2022 tot voortzetting van de tenuitvoerlegging van de ISD-maatregel. De veroordeelde stelde hoger beroep in tegen deze beslissing, stellende dat essentiële stukken niet werden overgelegd en dat effectieve behandeling binnen de resterende termijn niet meer mogelijk was, waardoor voortzetting niet noodzakelijk zou zijn.
Het hof oordeelt echter dat de wettelijke vereisten voor overlegging van stukken zijn nageleefd en dat het dossier voldoende inzicht biedt. De behandeling is niet effectief geweest, maar de kans op herhaling van strafbare feiten is groot bij beëindiging. De veroordeelde is kwetsbaar, en zonder passende woonplek en begeleiding zal hij waarschijnlijk terugvallen in middelengebruik en delictgedrag.
Daarom bevestigt het hof de beslissing van de rechtbank Limburg en acht voortzetting van de ISD-maatregel noodzakelijk ter bescherming van de samenleving en het publieke domein.