ECLI:NL:GHARL:2023:1408

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

Datum uitspraak
16 februari 2023
Publicatiedatum
16 februari 2023
Zaaknummer
GEMW 200.309.517/01
Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • Beswerda
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6 Afvalstoffenverordening 2009Art. 154b GemeentewetArt. 154n Gemeentewet
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vernietiging bestuurlijke boete overlast afvalstoffen wegens onvoldoende bewijs

Eiser werd een bestuurlijke boete van €95 opgelegd wegens het aanbieden van huishoudelijk afval ter inzameling in Amsterdam, in strijd met artikel 6 van Pro de Afvalstoffenverordening 2009. De boete was gebaseerd op een kartonnen doos met het adres van eiser die op straat in Amsterdam was aangetroffen. Eiser betwistte stellig dat hij de doos daar had neergezet en verklaarde dat de doos in zijn woonplaats was achtergelaten, waar kosteloze inzameling van oud papier plaatsvindt.

De kantonrechter verklaarde het beroep van eiser ongegrond, maar het gerechtshof oordeelde anders. Het hof overwoog dat het bewijsvermoeden dat degene aan wie afvalstoffen kunnen worden herleid ook de overtreder is, kan worden weerlegd door aannemelijk te maken dat hij niet de overtreder is. Eiser had voldoende aannemelijk gemaakt dat hij niet in de gelegenheid was de doos in Amsterdam achter te laten, mede omdat hij geen connecties met Amsterdam heeft, de afstand bijna vijftig kilometer bedraagt en hij Amsterdam in die periode niet bezocht.

Het hof stelde vast dat verweerder de door eiser geuite twijfel niet heeft kunnen weerleggen. Daarom werd de bestuurlijke boete vernietigd en het beroep gegrond verklaard. Tevens werd bepaald dat de zekerheidstelling door verweerder aan eiser wordt gerestitueerd.

Uitkomst: De bestuurlijke boete wordt vernietigd wegens onvoldoende bewijs dat eiser de overtreding heeft begaan.

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN

zittingsplaats Leeuwarden
Zaaknummer
: GEMW 200.309.517/01
Uitspraak d.d.
: 16 februari 2023
Arrestop het hoger beroep tegen de beslissing van de kantonrechter van de rechtbank Amsterdam van 8 februari 2022, betreffende

[eiser] (hierna: eiser),

wonende te [woonplaats] .

De beslissing van de kantonrechter

De kantonrechter heeft het beroep van eiser ongegrond verklaard. Dit beroep was ingesteld tegen de beslissing op bezwaar van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Amsterdam (hierna te noemen: verweerder) naar aanleiding van de oplegging van een bestuurlijke boete aan eiser op grond van artikel 154b van de Gemeentewet met kenmerk [nummer1] .

Het verloop van de procedure

Eiser heeft hoger beroep ingesteld tegen de beslissing van de kantonrechter.
Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.
Eiser heeft de gelegenheid gekregen het beroep schriftelijk nader toe te lichten.
Van die gelegenheid is geen gebruik gemaakt.

De beoordeling

1. De bestuurlijke boete bedraagt € 95,- en is opgelegd voor overtreding van artikel 6 van Pro de Verordening van de gemeenteraad van de gemeente Amsterdam houdende regels omtrent afvalstoffen (Afvalstoffenverordening 2009, hierna: de Afvalstoffenverordening). De overtreding zou zijn begaan op 11 februari 2021 op de Prinsengracht ter hoogte van [adres1] in Amsterdam.
2. Artikel 6 van Pro de Afvalstoffenverordening luidt als volgt:
“Het is anderen dan gebruikers van percelen binnen de grenzen van de gemeente verboden om huishoudelijke afvalstoffen ter inzameling aan te bieden binnen die grenzen.”
3. In een door of onder verantwoordelijkheid van een buitengewoon opsporingsambtenaar opgesteld overtredingsrapport staat onder meer de volgende verklaring van twee bij verweerder werkzame toezichthouders:
“Ik zag dat op bovengenoemde locatie huishoudelijk afval werd aangeboden ter inzameling door een ander dan de bewoner van dat perceel. Dat overtreder de aanbieder was bleek mij uit het correspondentieadres op naam van de betrokkene op het afval.”
4. Bij het rapport zijn enkele foto’s gevoegd, waarop is te zien dat op straat langs de gracht een aantal kartonnen dozen is geplaatst. Op één van de (plat gevouwen) dozen staat een adresetiket met onder geadresseerde de naam- en adresgegevens van eiser.
5. Eiser heeft stellig betwist dat hij de doos ter plaatse heeft neergezet. De doos bevatte een kussen dat in november 2020 bij eiser thuis is bezorgd. Eiser heeft de doos in december 2020 voor zijn woning in [woonplaats] , waar het oud papier eens per veertien dagen op donderdagavond kosteloos wordt ingezameld, aan de weg gezet. Het is mogelijk dat iemand de doos daarvandaan heeft meegenomen. Eiser wijst erop dat hij geen enkel belang heeft bij het naar Amsterdam vervoeren van een kartonnen doos, nu in [woonplaats] op talloze plaatsen op legale wijze oud papier kan worden ingeleverd. Eiser heeft geen enkele connectie in Amsterdam en komt er zelden. In de periode op en rond 11 februari 2021 heeft eiser Amsterdam niet bezocht. Eiser is bereid dit onder ede verklaren en ook zijn echtgenote wil dit bevestigen. Ook mogen wat eiser betreft zijn mobiele telefoongegevens en NS-reisgegevens worden geverifieerd om zijn stelling te ondersteunen. Eiser is als provinciaal ambtenaar medeverantwoordelijk voor de bestrijding van het zwerfafvalprobleem. Hij werpt de beschuldiging dan ook verre van zich en is van mening dat hem onrecht wordt aangedaan.
6. Vaststaat dat op voormelde datum en tijd een kartonnen doos op straat is aangetroffen met daarop de naam- en adresgegevens van eiser. Niet in geding is verder dat eiser ten tijde van de overtreding geen gebruiker was van een perceel binnen de grenzen van de gemeente Amsterdam en dus niet bevoegd daar afval ter inzameling aan te bieden. De vraag die voorligt is of eiser als overtreder kan worden aangemerkt. In dat verband is van belang dat in de regel mag worden aangenomen dat de persoon tot wie de aangetroffen afvalstoffen kunnen worden herleid, ook de overtreder is. Dat is anders indien die persoon aannemelijk maakt dat hij niet degene is geweest die het te handhaven voorschrift heeft geschonden. Naast de fysieke overtreder kan onder omstandigheden ook degene die de overtreding niet zelf feitelijk begaat, maar aan wie de handeling wel is toe te rekenen, voor de overtreding verantwoordelijk worden gehouden en derhalve als overtreder worden aangemerkt (vgl. de uitspraak van de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State (ABRvS) van 11 november 2015, vindplaats op rechtspraak.nl ECLI:NL:RVS:2015:3447).
7. Van eiser wordt niet verwacht dat hij onomstotelijk aantoont dat hij de overtreding niet heeft begaan. Het bewijsvermoeden dat degene tot wie de afvalstoffen kunnen worden herleid ook de overtreder is, kan worden weerlegd door het aannemelijk maken van het tegendeel. Dat kan bijvoorbeeld door het geven van een concrete, gedetailleerde, logische en met objectieve omstandigheden onderbouwde verklaring voor het, zonder toedoen van de beboete persoon, belanden van de aangetroffen afvalstoffen op die plek. Ook zou met objectieve omstandigheden aannemelijk kunnen worden gemaakt dat hij of zij niet in de gelegenheid was om de aangetroffen afvalstoffen op die plek achter te laten. Als daarmee voldoende twijfel ontstaat over de aanname op grond van het bewijsvermoeden dat hij de overtreder is, dan is het vervolgens weer aan het bestuursorgaan om die twijfel en het geleverde tegenbewijs te weerleggen. In dat geval kan het bestuursorgaan niet langer volstaan met een beroep op het bewijsvermoeden (vgl. ABRvS 1 juni 2022, ECLI:NL:RVS:2022:1558).
8. Naar het oordeel van het hof heeft eiser in voldoende mate aannemelijk gemaakt dat hij niet in de gelegenheid is geweest om de doos ter plaatse achter te laten. Daarbij neemt het hof in aanmerking dat niet gebleken is dat eiser op of rond de datum waarop het afval is aangetroffen enige connectie had met Amsterdam, dat in de woonplaats van eiser een reguliere kosteloze inzameling van oud papier bestaat en dat het woonadres van eiser op bijna vijftig kilometer is gelegen van de plek waar de doos is aangetroffen. Welk belang van eiser zou zijn gediend met het over een dergelijke afstand vervoeren van één kartonnen doos is volstrekt onduidelijk. Verder valt niet in te zien wat eiser nog meer had kunnen doen om aan te tonen dat hij geen enkele betrokkenheid bij deze overtreding heeft gehad. Een en ander heeft bij het hof twijfel doen ontstaan of eiser de overtreding heeft begaan. Verweerder heeft die twijfel niet weerlegd. Bij die stand van zaken moet de bestuurlijke boete worden vernietigd.
9. Het hof zal beslissen als hierna vermeld.

De beslissing

Het gerechtshof:
vernietigt de beslissing van de kantonrechter;
verklaart het beroep tegen de beslissing op bezwaar gegrond en vernietigt die beslissing;
vernietigt de beschikking waarbij de bestuurlijke boete aan eiser is opgelegd;
bepaalt dat hetgeen door eiser op de voet van artikel 154n van de Gemeentewet tot zekerheid is gesteld door verweerder wordt gerestitueerd.
Dit arrest is gewezen door mr. Beswerda, in tegenwoordigheid van mr. Huizenga als griffier, en op een openbare zitting uitgesproken.