Uitspraak
hij op of omstreeks 30 januari 2016 te [plaats 1] , in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen
[medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 2] en/of één of meer nog onbekend gebleven perso(o)nen op of omstreeks 30 januari 2016 te [plaats 1] , in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,
hij op één of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 1 januari 2013 tot en met 16 oktober 2016 te [plaats 1] , in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, meermalen, althans eenmaal, (telkens) opzettelijk heeft bereid en/of bewerkt en/of verwerkt en/of verkocht en/of afgeleverd en/of verstrekt en/of vervoerd, in elk geval (telkens) opzettelijk aanwezig heeft gehad een hoeveelhe(i)d(en) van een materiaal bevattende cocaïne, zijnde cocaïne een middel als vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet;
hij op of omstreeks 17 oktober 2016 te [plaats 1] , in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, opzettelijk aanwezig heeft gehad ongeveer 6,4 gram, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende cocaïne, zijnde cocaïne en middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet.
het hof begrijpt: 2016) te 16:15 uur is binnengekomen. [11]
het hof begrijpt: zendmastpaal [straat 6] te [plaats 1]).
het hof begrijpt telkens: [naam 5]). Dit naar aanleiding van een melding met betrekking tot een ruzie. Uit de registratie blijkt dat [medeverdachte 1] en [naam 5] (
het hof begrijpt: [naam 5]) een relatie hebben. [naam 5] verklaarde dat [medeverdachte 1] niet bij haar staat ingeschreven, maar dat [medeverdachte 1] wel bij haar verblijft. Met [naam 5] (
het hof begrijpt: [naam 5]) wordt bedoeld: [naam 5] , [adres 7] te Rotterdam .
het hof begrijpt: schat)
het hof begrijpt: mijn schat)
het hof begrijpt: [getuige 2]) woonachtig is op het adres [adres 13] (
het hof begrijpt: [adres 13]) [nummer 4] te [plaats 4] . Op dit adres heeft [medeverdachte 1] ook ingeschreven gestaan. De zendmastpaal [straat 4] te [plaats 4] is nabij de zendmastpaal op de [adres 13] te [plaats 4] gelegen. [29]
Zendmastgegevens en tegencontacten [telefoonnummer 6] en [telefoonnummer 3]
V: Van welke telefoonnummers maak jij gebruik?
het hof begrijpt: verdachte [verdachte ]). [verdachte ] wordt ook wel eens [naam 16] genoemd. [verdachte ] was heel lang mijn drugsdealer. [verdachte ] dealt al sinds 2011 cocaïne aan mij. Ik hoefde [verdachte ] maar te bellen dat ik cocaïne nodig had en hij kwam het brengen. [verdachte ] dealt aan huis maar ook op straat.
A: Dat is [verdachte ] . Ik ben die andere man. Deze telefoongesprekken gaan over mijn bankpas die [verdachte ] had. Ik had de bankpasjes toen weer als onderpand meegegeven. Ik had drugs gekocht bij [verdachte ] , cocaïne. Omdat ik niet kon betalen heeft [verdachte ] mijn bankpas genomen. [45]
het hof begrijpt: medeverdachte [medeverdachte 1]). Ik woonde op 30 januari 2016 op de [adres 13] in [plaats 4] .
het hof begrijpt: medeverdachte) waarschijnlijk bij mij zijn geweest.
het hof begrijpt: medeverdachte) had geen vrienden in [plaats 4] , waarom ging hij dan naar [plaats 4] ?
het hof begrijpt: medeverdachte [medeverdachte 2]). [50]
het hof begrijpt: [betrokkene 3]), dat is het enige. Daar kunnen ze het bewijs niet eruit halen, weet je. [51]
(het hof begrijpt: medeverdachte [medeverdachte 1] ). Uit het tapgesprek blijkt voorts dat het broertje zichzelf daarbij een taak toedichtte: het overhevelen van de buit in een andere auto. Dat er een aantal maanden zit tussen het bespreken van het plan en de uitvoering ervan, maakt dit element naar het oordeel van het hof niet minder belastend. Daarbij merkt het hof op dat [betrokkene 3] , die kennelijk ook een rol zou spelen bij het besproken plan, van 2 juli 2015 tot 28 februari 2016 gehecht zat. [54] Het hof acht het zeer wel mogelijk dat het plan niet korte tijd na het telefoongesprek ten uitvoer is gebracht, omdat [betrokkene 3] kwam vast te zitten en derhalve niet beschikbaar was zodat iemand anders gezocht moest worden.
het hof begrijpt: verdachte [verdachte ]), en telefoonnummer [telefoonnummer 6] . Het telefoonnummer [telefoonnummer 6] straalt dan de zendmastpaal [adres 9] te [plaats 2] aan. De afstand tussen de zendmastpaal [adres 9] en [naam 7] is minder dan 500 meter. Uit het vorenstaande maakt het hof op dat verdachte een half uur voordat de betreffende bestelling is geplaatst contact heeft gehad met telefoonnummer [telefoonnummer 6] dat een zendmastpaal aanstraalt nabij de locatie van waaruit de betreffende bestelling is geplaatst.
), kort nadat de koerier zijn komst telefonisch had gemeld. Blijkens het onderzoek straalt telefoonnummer [telefoonnummer 6] , op het moment van de overval, aan op de zendmastpaal [straat 6] te [plaats 1] , zijnde de zendmast in de buurt van de plaats delict.
[telefoonnummer 6]aan een van de verdachten kan worden gelinkt. Het hof beantwoordt die vraag bevestigend en overweegt daartoe het volgende. Uit de hiervoor weergegeven bewijsmiddelen volgt dat het telefoonnummer eindigend op
[telefoonnummer 6]in dezelfde telefoon heeft gezeten als het telefoonnummer eindigend op
[telefoonnummer 3]. Het nummer eindigend op
[telefoonnummer 3]staat in een inbeslaggenomen telefoon opgeslagen onder de naam [naam 1] . In het politiesysteem staat vermeld dat het telefoonnummer eindigend op
[telefoonnummer 3]vermeld stond in een inbeslaggenomen telefoon met de naam ‘ [naam 1] ’. Het hof stelt vast dat verdachte in een telefoongesprek met zijn moeder vraagt naar [naam 1] en dat de voornaam van medeverdachte [medeverdachte 1] is. In een telefoon van verdachte stond het telefoonnummer eindigend op
[telefoonnummer 3]opgeslagen onder de naam “ [naam 4] Nieuw”. [getuige 1] heeft verklaard dat met [naam 4] medeverdachte [medeverdachte 1] wordt bedoeld. Naar het oordeel van het hof is op grond van het voorgaande genoegzaam komen vast te staan dat het telefoonnummer eindigend op
[telefoonnummer 3](in een periode voorafgaand aan de overval) hoorde bij medeverdachte [medeverdachte 1] . Uit het voorgaande volgt dat het telefoonnummer eindigend op
[telefoonnummer 6]in dezelfde telefoon heeft gezeten als het telefoonnummer van medeverdachte [medeverdachte 1] eindigend
[telefoonnummer 3].
[telefoonnummer 6]in de telefoon van verdachte stond opgeslagen als het telefoonnummer van [naam 3] . Zoals hiervoor reeds overwogen, is uit onderzoek gebleken dat medeverdachte [medeverdachte 1] ook wel [naam 4] werd genoemd. Het telefoonnummer [telefoonnummer 6] staat in de telefoon van de vriendin van [medeverdachte 1] opgeslagen als het nummer van ‘MBabe’. Ook blijkt uit onderzoek dat het telefoonnummer eindigend op
[telefoonnummer 6]contact heeft met het telefoonnummer op naam van de moeder van [medeverdachte 1] . Het hof neemt voorts in aanmerking hetgeen hiervoor (bij de bewijsmiddelen) overigens is opgenomen ten aanzien van de telefonische contacten van het telefoonnummer eindigend op
[telefoonnummer 6].
[telefoonnummer 6]in de korte periode voorafgaand aan de gewapende overval de zendmastpaal [adres 4] te [plaats 2] aanstraalt. Dit is nabij de woning van de (ex-)vriendin van medeverdachte [medeverdachte 1] aan de [straat 8] . Ook straalt dit nummer de dag voorafgaand aan de gewapende overval aan op de zendmastpaal aan de [straat 4] te [plaats 4] . Deze zendmastpaal is nabij het adres [adres 13] te [plaats 4] , het adres van [getuige 2] , een andere vriendin van medeverdachte [medeverdachte 1] . Het telefoonnummer straalt dan ook gedurende de nacht en vroeg in de ochtend die bewuste zendmast aan.
[telefoonnummer 6], in een korte periode voorafgaand aan en ten tijde van de overval aan medeverdachte [medeverdachte 1] toebehoorde.
[telefoonnummer 6]straalt om 20.01 uur aan op diezelfde zendmast.
[telefoonnummer 6]straalt in de periode 09.56 uur tot en met 10.19 uur aan op een zendmastpaal aan de [straat 6] te [plaats 1] , gelegen in de nabijheid van de plaats delict. Het telefoonnummer eindigend op
[telefoonnummer 6](van medeverdachte [medeverdachte 1] ) heeft dan 7 keer contact met het telefoonnummer eindigend op
[telefoonnummer 11]van verdachte.
[telefoonnummer 6]in de nacht van 29 januari op 30 januari 2016 en in de vroege ochtend van 30 januari 2016 een zendmastpaal nabij de woning van [getuige 2] aanstraalt. Omstreeks 7:15 uur straalt het telefoonnummer [telefoonnummer 6] aan op de zendmastpaal [straat 4] te [plaats 4] (zijnde de zendmastpaal nabij de woning van [getuige 2] ), waarna het telefoonnummer zich naar [plaats 1] verplaatst. Vanaf 9:56 uur straalt het telefoonnummer eindigend op
[telefoonnummer 6]aan op een zendmastpaal aan de [straat 6] te [plaats 1] , gelegen nabij de plaats delict. Vanaf dat moment heeft het telefoonnummer
[telefoonnummer 6]7 keer contact met het telefoonnummer van verdachte. Om 09.57 uur belt de koerier naar het nummer eindigend op
[telefoonnummer 2]. Om 10.01 uur belt het telefoonnummer van medeverdachte [medeverdachte 1] (
[telefoonnummer 6]) naar het telefoonnummer van verdachte.
[telefoonnummer 6]– in gebruik bij medeverdachte [medeverdachte 1] – op de dag van de overval en de dag ervoor, bezien in samenhang met de gesprekken tussen verdachte en [betrokkene 3] waar gesproken wordt over ‘mijn broertje’ (
het hof begrijpt: medeverdachte [medeverdachte 1]). Bovendien stelt medeverdachte [medeverdachte 1] in het OVC-gesprek van 21 oktober 2016 dat hij is verraden door [medeverdachte 2] .
[telefoonnummer 6]waar [medeverdachte 1] over beschikte rond de tijd van de overval een zendmast in de nabijheid van de plaats delict aanstraalde, dat medeverdachte [medeverdachte 1] beschikte over het telefoonnummer waar de koerier op 30 januari 2016 naartoe belde en dat [medeverdachte 1] , nadat de koerier naar het bewuste telefoonnummer had gebeld, contact opnam met verdachte. Voorts blijkt uit de hiervoor weergegeven feiten en omstandigheden dat medeverdachte [medeverdachte 1] en verdachte vlak voordat de bestelling werd gedaan telefonisch contact hadden.
het hof begrijpt: hem verraadt) en dat verdachte aangeeft dat een paar mensen geklikt hebben, omdat hij “werk” verkoopt (
het hof begrijpt: buit verkoopt).
A: Dat is [verdachte ] . Ik ben die andere man. Deze telefoongesprekken gaan over mijn bankpas die [verdachte ] had. Ik had de bankpasjes toen weer als onderpand meegegeven. Ik had drugs gekocht bij [verdachte ] , cocaïne. Omdat ik niet kon betalen heeft [verdachte ] mijn bankpas genomen.’ [68]
Identificatie van drugs en precursorenvan het Nederlands Forensisch Instituut van 16 november 2016, genummerd: [nummer 8] (aanvraag [nummer 9] ), opgemaakt door [naam 24] , doorgenummerde pagina’s 5201 en 5202 van het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal, met onderzoeksnummer [onderzoeksnummer] , opgemaakt door Politie [regio] , districtsrecherche [provincie] , Roofteam, doorgenummerd 1 tot en met 11023.
op 30 januari 2016 te [plaats 1] tezamen en in vereniging met anderen met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen
2.
in de periode van 1 januari 2013 tot en met 16 oktober 2016 te [plaats 1] meermalen (telkens) opzettelijk heeft verkocht, afgeleverd, verstrekt en vervoerd een hoeveelheid van een materiaal bevattende cocaïne, zijnde een middel als vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst I;
op 17 oktober 2016 te [plaats 1] opzettelijk aanwezig heeft gehad 6,4 gram cocaïne, zijnde een middel als vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst I.
BESLISSING
gevangenisstrafvoor de duur van
5 (vijf) jaren en 6 (zes) maanden.
€ 18.484,05 (achttienduizend vierhonderdvierentachtig euro en vijf cent) bestaande uit € 5.984,05 (vijfduizend negenhonderdvierentachtig euro en vijf cent) materiële schade en