Uitspraak
hij op of omstreeks 30 januari 2016 te [pleegplaats] , in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen
hij op of omstreeks 17 oktober 2016 te [plaats 2] , in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, opzettelijk aanwezig heeft gehad
hij op of omstreeks 17 oktober 2016 te [plaats 2] , in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, een wapen van categorie II, onder 6 van de Wet wapens en munitie, te weten een gasbusje Pepperspray, zijnde een voorwerp bestemd voor het treffen van personen met giftige, verstikkende, weerloosmakende, traanverwekkende en soortgelijke stoffen, voorhanden heeft gehad.
het hof begrijpt: 2016) te 16 :15 uur is binnengekomen. [11]
het hof begrijpt: zendmastpaal [adres zendmast 4] te [pleegplaats]).
het hof begrijpt telkens: [(ex-)vriendin verdachte]). Dit naar aanleiding van een melding met betrekking tot een ruzie. Uit de registratie blijkt dat [verdachte] en [(ex-)vriendin verdachte] (
het hof begrijpt: [(ex-)vriendin verdachte]) een relatie hebben. [(ex-)vriendin verdachte] verklaarde dat [verdachte] niet bij haar staat ingeschreven, maar dat [verdachte] wel bij haar verblijft. Met [(ex-)vriendin verdachte] (
het hof begrijpt: [(ex-)vriendin verdachte]) wordt bedoeld: [(ex-)vriendin verdachte] , [(ex-)vriendin verdachte] , [adres vriendin] te [plaats 3] .
het hof begrijpt: schat)
het hof begrijpt: mijn schat)
het hof begrijpt: [getuige 2/(ex-)vriendin 2 verdachte]) woonachtig is op het adres [adres ex-vriendin 2 verdachte/getuige 2] (
het hof begrijpt: [adres ex-vriendin 2 verdachte/getuige 2]) [adres ex-vriendin 2 verdachte/getuige 2] te [plaats 4] . Op dit adres heeft [verdachte] ook ingeschreven gestaan. De zendmastpaal [adres zendmast 2] te [plaats 4] is nabij de zendmastpaal op de [adres ex-vriendin 2 verdachte/getuige 2] te [plaats 4] gelegen. [29]
Zendmastgegevens en tegencontacten [tel.nr 4] en [tel.nr 3]
V: Van welke telefoonnummers maak jij gebruik?
het hof begrijpt: medeverdachte [medeverdachte/broer verdachte]). [medeverdachte/broer verdachte] wordt ook wel eens [bijnaam 2 medeverdachte/broer] genoemd. [medeverdachte/broer verdachte] was heel lang mijn drugsdealer. [medeverdachte/broer verdachte] dealt al sinds 2011 cocaïne aan mij. Ik hoefde [medeverdachte/broer verdachte] maar te bellen dat ik cocaïne nodig had en hij kwam het brengen. [medeverdachte/broer verdachte] dealt aan huis maar ook op straat.
A: Dat is [medeverdachte/broer verdachte] . Ik ben die andere man. Deze telefoongesprekken gaan over mijn bankpas die [medeverdachte/broer verdachte] had. Ik had de bankpasjes toen weer als onderpand meegegeven. Ik had drugs gekocht bij [medeverdachte/broer verdachte] , cocaïne. Omdat ik niet kon betalen heeft [medeverdachte/broer verdachte] mijn bankpas genomen. [44]
het hof begrijpt: verdachte [verdachte]) waarschijnlijk bij mij zijn geweest.
het hof begrijpt: verdachte) had geen vrienden in [plaats 4] , waarom ging hij dan naar [plaats 4] ?
het hof begrijpt: medeverdachte [medeverdachte 2]). [49]
het hof begrijpt: [gebruiker tel 5]), dat is het enige. Daar kunnen ze het bewijs niet eruit halen, weet je. [50]
het hof begrijpt: verdachte [verdachte]). Uit het tapgesprek blijkt voorts dat het broertje zichzelf daarbij een taak toedichtte: het overhevelen van de buit in een andere auto. Dat er een aantal maanden zit tussen het bespreken van het plan en de uitvoering ervan, maakt dit element naar het oordeel van het hof niet minder belastend. Daarbij merkt het hof op dat [gebruiker tel 5] , die kennelijk ook een rol zou spelen bij het besproken plan, van 2 juli 2015 tot 28 februari 2016 gehecht zat. [54] Het hof acht het zeer wel mogelijk dat het plan niet korte tijd na het telefoongesprek ten uitvoer is gebracht, omdat [gebruiker tel 5] kwam vast te zitten en derhalve niet beschikbaar was zodat iemand anders gezocht moest worden.
het hof begrijpt: [medeverdachte/broer verdachte]), en telefoonnummer [tel.nr 4] . Het telefoonnummer [tel.nr 4] straalt dan de zendmastpaal [zendmastadres] te [plaats 3] aan. De afstand tussen de zendmastpaal [zendmastadres] en [belhuis] is minder dan 500 meter. Uit het vorenstaande maakt het hof op dat medeverdachte [medeverdachte/broer verdachte] een half uur voordat de betreffende bestelling is geplaatst contact heeft gehad met telefoonnummer [tel.nr 4] dat een zendmastpaal aanstraalt nabij de locatie van waaruit de betreffende bestelling is geplaatst.
), kort nadat de koerier zijn komst telefonisch had gemeld. Blijkens het onderzoek straalt telefoonnummer [tel.nr 4] , op het moment van de overval, aan op de zendmastpaal [adres zendmast 4] te [pleegplaats] , zijnde de zendmast in de buurt van de plaats delict.
[tel.nr 4]aan een van de verdachten kan worden gelinkt. Het hof beantwoordt die vraag bevestigend en overweegt daartoe het volgende. Uit de hiervoor weergegeven bewijsmiddelen volgt dat het telefoonnummer eindigend op
[tel.nr 4]in dezelfde telefoon heeft gezeten als het telefoonnummer eindigend op
[tel.nr 3]. Het nummer eindigend op
[tel.nr 3]staat in een inbeslaggenomen telefoon opgeslagen onder de naam [verdachte] . In het politiesysteem staat vermeld dat het telefoonnummer eindigend op
[tel.nr 3]vermeld stond in een inbeslaggenomen telefoon met de naam ‘ [verdachte] ’. Het hof stelt vast dat [medeverdachte/broer verdachte] in een telefoongesprek met zijn moeder vraagt naar [verdachte] en dat de voornaam van [verdachte] is. In een telefoon van medeverdachte [medeverdachte/broer verdachte] stond het telefoonnummer eindigend op
[tel.nr 3]opgeslagen onder de naam “ [bijnaam verdachte] Nieuw”. [getuige] heeft verklaard dat met [bijnaam verdachte] verdachte [verdachte] wordt bedoeld. Naar het oordeel van het hof is op grond van het voorgaande genoegzaam komen vast te staan dat het telefoonnummer eindigend op
[tel.nr 3](in een periode voorafgaand aan de overval) hoorde bij [verdachte] . Uit het voorgaande volgt dat het telefoonnummer eindigend op
[tel.nr 4]in dezelfde telefoon heeft gezeten als het telefoonnummer van [verdachte] eindigend
[tel.nr 3].
[tel.nr 4]in de telefoon van [medeverdachte/broer verdachte] stond opgeslagen als het telefoonnummer van [bijnaam verdachte] . Zoals hiervoor reeds overwogen, is uit onderzoek gebleken dat [verdachte] ook wel [bijnaam verdachte] werd genoemd. Het telefoonnummer [tel.nr 4] staat in de telefoon van de vriendin van [verdachte] opgeslagen als het nummer van ‘MBabe’. Ook blijkt uit onderzoek dat het telefoonnummer eindigend op
[tel.nr 4]contact heeft met het telefoonnummer op naam van de moeder van [verdachte] . Het hof neemt voorts in aanmerking hetgeen hiervoor (bij de bewijsmiddelen) overigens is opgenomen ten aanzien van de telefonische contacten van het telefoonnummer eindigend op
[tel.nr 4].
[tel.nr 4]in de korte periode voorafgaand aan de gewapende overval de zendmastpaal [adres zendmast] te [plaats 3] aanstraalt. Dit is nabij de woning van de (ex-)vriendin van [verdachte] aan [adres vriendin] . Ook straalt dit nummer de dag voorafgaand aan de gewapende overval aan op de zendmastpaal aan de [adres zendmast 2] te [plaats 4] . Deze zendmastpaal is nabij het adres [adres ex-vriendin 2 verdachte/getuige 2] te [plaats 4] , het adres van [getuige 2/(ex-)vriendin 2 verdachte] , een andere vriendin van [verdachte] . Het telefoonnummer straalt dan ook gedurende de nacht en vroeg in de ochtend die bewuste zendmast aan.
[tel.nr 4], in een korte periode voorafgaand aan en ten tijde van de overval aan verdachte [verdachte] toebehoorde.
[tel.nr 4]straalt om 20.01 uur aan op diezelfde zendmast.
[tel.nr 4]straalt in de periode 09.56 uur tot en met 10.19 uur aan op een zendmastpaal aan de [adres zendmast 4] te [pleegplaats] , gelegen in de nabijheid van de plaats delict. Het telefoonnummer eindigend op
[tel.nr 4](van [verdachte] ) heeft dan 7 keer contact met het telefoonnummer eindigend op
[tel.nr medeverdachte]van [medeverdachte/broer verdachte] .
[tel.nr 4]in de nacht van 29 januari op 30 januari 2016 en in de vroege ochtend van 30 januari 2016 een zendmastpaal nabij de woning van [getuige 2/(ex-)vriendin 2 verdachte] aanstraalt. Omstreeks 7:15 uur straalt het telefoonnummer [tel.nr 4] aan op de zendmastpaal [adres zendmast 2] te [plaats 4] (zijnde de zendmastpaal nabij de woning van [getuige 2/(ex-)vriendin 2 verdachte] ), waarna het telefoonnummer zich naar [pleegplaats] verplaatst. Vanaf 9:56 uur straalt het telefoonnummer eindigend op
[tel.nr 4]aan op een zendmastpaal aan de [adres zendmast 4] te [pleegplaats] , gelegen nabij de plaats delict. Vanaf dat moment heeft het telefoonnummer
[tel.nr 4]7 keer contact met het telefoonnummer van [medeverdachte/broer verdachte] . Om 09.57 uur belt de koerier naar het nummer eindigend op
[tel.nr 2]. Om 10.01 uur belt het telefoonnummer van [verdachte] (
[tel.nr 4]) naar het telefoonnummer van [medeverdachte/broer verdachte] .
[tel.nr 4]– in gebruik bij [verdachte] – op de dag van de overval en de dag ervoor, bezien in samenhang met de gesprekken tussen [medeverdachte/broer verdachte] en [gebruiker tel 5] waar gesproken wordt over ‘mijn broertje’ (
het hof begrijpt: [verdachte]). Bovendien stelt verdachte [verdachte] in het OVC-gesprek van 21 oktober 2016 dat hij is verraden door [naam 3] .
[tel.nr 4]waar [verdachte] over beschikte rond de tijd van de overval een zendmast in de nabijheid van de plaats delict aanstraalde, dat verdachte [verdachte] beschikte over het telefoonnummer waar de koerier op 30 januari 2016 naartoe belde en dat [verdachte] , nadat de koerier naar het bewuste telefoonnummer had gebeld, contact opnam met [medeverdachte/broer verdachte] . Voorts blijkt uit de hiervoor weergegeven feiten en omstandigheden dat [verdachte] en [medeverdachte/broer verdachte] vlak voordat de bestelling werd gedaan telefonisch contact hadden.
het hof begrijpt: hem verraadt) en dat [medeverdachte/broer verdachte] aangeeft dat een paar mensen geklikt hebben, omdat hij “werk” verkoopt (
het hof begrijpt: buit verkoopt).
Identificatie van drugs en precursorenvan het Nederlands Forensisch Instituut van 2 november 2016, genummerd: 2016.07.22.151 (aanvraag 007), opgemaakt door [opmaker] , doorgenummerde pagina’s 5199 en 5200 van het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal, met onderzoeksnummer [onderzoeksnr] , opgemaakt door Politie Midden-Nederland, districtsrecherche Flevoland, Roofteam, doorgenummerd 1 tot en met 11023.
op 30 januari 2016 te [pleegplaats] tezamen en in vereniging met anderen met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen
hij op 17 oktober 2016 te [plaats 2] , opzettelijk aanwezig heeft gehad
BESLISSING
gevangenisstrafvoor de duur van
4 (vier) jaren en 6 (zes) maanden.
€ 18.484,05 (achttienduizend vierhonderdvierentachtig euro en vijf cent) bestaande uit € 5.984,05 (vijfduizend negenhonderdvierentachtig euro en vijf cent) materiële schade en