Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
verzoekster in hoger beroep,
1.Het geding in eerste aanleg
2.Het geding in hoger beroep
3.De feiten
- [de minderjarige1] , geboren [in] 2012 in [plaats1] , Marokko, en
- [de minderjarige2] , geboren [in] 2017 in [plaats2] .
4.De omvang van het geschil
- de en/of rekening bij [de bank] eindigend op [nummer1] wordt opgeheven en het saldo per peildatum 21 februari 2020 bij helfte tussen partijen wordt verdeeld;
- partijen ieder hoofdelijk aansprakelijk zijn voor de schuld aan [naam1] . In hun onderlinge verhouding moet ieder bij helfte de schuld voor zijn of haar rekening nemen. Voor zover één van partijen meer dan de helft van de schuld heeft voldaan, heeft hij of zij een regresvordering op de andere partij voor het meerdere. Dit geldt ook voor de eventuele schulden aan [naam2] , [naam3] en [naam4] .