Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
verzoekster in hoger beroep,
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
De moeder en vader zijn gezamenlijk gezagdragers over hun minderjarige kind, geboren in 2018. De moeder verzocht de rechtbank om het gezamenlijk gezag te wijzigen en om vervangende toestemming te verkrijgen om met het kind naar Canada te verhuizen. De rechtbank wees deze verzoeken af en het hof heeft deze beslissing bekrachtigd.
De moeder stelde dat zij niet vrijwillig had ingestemd met het gezamenlijk gezag en dat het niet in het belang van het kind was om dit gezag in stand te laten. Het hof oordeelde dat de moeder deze stellingen onvoldoende had onderbouwd en dat uit WhatsApp-berichten bleek dat zij juist het gezamenlijk gezag wenste. Ook was niet gebleken dat de vader zijn gezagspositie misbruikte.
Ten aanzien van de verhuizing naar Canada stelde het hof vast dat de moeder geen noodzaak had aangetoond voor de verhuizing, dat zij onvoldoende had voorbereid en dat de financiële en sociale omstandigheden onzeker waren. De omgang tussen vader en kind verliep momenteel onder begeleiding goed. Het hof achtte de verhuizing niet in het belang van het kind en wees het verzoek af.
De kosten van het hoger beroep werden gecompenseerd, waarbij iedere partij haar eigen kosten draagt. Het hof bekrachtigde daarmee de beschikking van de rechtbank Overijssel van 10 juni 2022.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt de afwijzing van het verzoek tot wijziging van het gezamenlijk gezag en tot vervangende toestemming voor verhuizing naar Canada.