Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
1.Het geding in eerste aanleg
2.Het geding in hoger beroep
- [verzoeker] en zijn advocaat;
- de bewindvoerder en
- de partner van [verzoeker] .
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Verzoeker is sinds 2018 onder bewind gesteld vanwege zijn lichamelijke en geestelijke toestand die hem belemmerde zijn vermogensrechtelijke belangen te behartigen. Na een roerige periode en het succesvol afronden van een WSNP-traject is verzoeker inmiddels schuldenvrij en financieel stabiel. De bewindvoerder staat achter de opheffing en wijst op de hulp van de nieuwe partner van verzoeker.
Het hof oordeelt dat de noodzaak van het bewind is komen te vervallen. De vrees voor het ontstaan van nieuwe schulden is onvoldoende reden om het bewind voort te zetten. Het beslag op pensioenuitkeringen is opgeheven, waardoor de financiële situatie verder is verbeterd.
Het hof besluit het bewind per 1 april 2023 op te heffen, zodat de bewindvoerder zijn werkzaamheden kan afronden. Het hoger beroep van verzoeker wordt gegrond verklaard en de bestreden beschikking van de kantonrechter wordt vernietigd.
Uitkomst: Het hof heft het beschermingsbewind per 1 april 2023 op wegens het vervallen van de noodzaak.