Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
verzoekster in hoger beroep,
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
De moeder en vader zijn de ouders van een in 2022 geboren minderjarige. De moeder heeft het gezag. De minderjarige is sinds oktober 2022 uit huis geplaatst in een voorziening voor pleegzorg op grond van een spoedmachtiging. De kinderrechter verlengde deze machtiging tot april 2023. De moeder ging hiertegen in hoger beroep en verzocht de machtiging te vernietigen.
Het hof verwijst naar de eerdere motivering van de kinderrechter en concludeert dat de uithuisplaatsing noodzakelijk blijft vanwege blijvende zorgen over de veiligheid en opvoeding. De moeder woont nog bij haar ouders, waar sprake is van langdurig alcoholmisbruik en onveilige situaties. Hulpverlening kan niet adequaat worden ingezet omdat de grootouders hulp slechts beperkt toelaten.
Hoewel de moeder bereid is tot plaatsing in een moeder-kindhuis, is momenteel geen plek beschikbaar vanwege zorgen over het gedrag van de vader en de leerbaarheid en motivatie van de moeder. Het noodzakelijke 2thepoint traject om perspectief te bieden is nog niet afgerond. De moeder heeft geen concreet verzoek tot aanvullend onderzoek ingediend en het hof ziet geen aanleiding dit alsnog te gelasten.
Het hof wijst het hoger beroep af en bekrachtigt de beschikking van de kinderrechter, waarmee de machtiging tot uithuisplaatsing geldig blijft tot 27 april 2023.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt de machtiging tot uithuisplaatsing van de minderjarige en wijst het hoger beroep van de moeder af.