ECLI:NL:GHARL:2023:1990
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Hoger beroep
- De Witt
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen beslissing kantonrechter inzake proceskostenvergoeding Wahv
De betrokkene stelde hoger beroep in tegen de beslissing van de kantonrechter die het beroep ongegrond verklaarde en een verzoek om proceskostenvergoeding afwees. Het hof constateerde dat de gemachtigde van de betrokkene niet correct was opgeroepen voor de zitting, waardoor het appelverbod buiten toepassing werd gelaten en het hoger beroep ontvankelijk werd verklaard.
De zaak betrof een verkeersboete voor een roodlichtovertreding waarop de officier van justitie in administratief beroep de inleidende beschikking vernietigde en een proceskostenvergoeding toekende voor twee samenhangende zaken. De gemachtigde betwistte de samenhang omdat de werkzaamheden niet identiek waren, vooral bij de hoorzittingen.
Het hof oordeelde dat de werkzaamheden bij het indienen van de beroepschriften nagenoeg identiek waren, maar dat de werkzaamheden tijdens de hoorzittingen op de zaken waren toegespitst en dus niet als samenhangend konden worden beschouwd. Daarom was de samenhang ten onrechte aangenomen. Het hof vernietigde de beslissing van de kantonrechter, verklaarde het beroep gegrond en stelde een hogere proceskostenvergoeding van € 770,63 vast, waarbij reeds toegekende bedragen in mindering werden gebracht.
Uitkomst: Het hof vernietigt de beslissing van de kantonrechter en kent een proceskostenvergoeding van € 770,63 toe aan de betrokkene.