Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
verzoeker in hoger beroep,
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Partijen zijn in 2016 gehuwd en in 2019 gescheiden van tafel en bed verklaard door de rechtbank Amsterdam. De vrouw verzocht vervolgens de ontbinding van het huwelijk, welke door de rechtbank Midden-Nederland in 2022 werd uitgesproken. De man kwam in hoger beroep tegen deze ontbinding, stellende dat hij niet was uitgenodigd voor de zitting en dat zijn diepgewortelde geloof en de gemaakte afspraken met de vrouw tegen ontbinding pleitten.
Het hof oordeelde dat het verzuim van de man om op de zitting bij de rechtbank te verschijnen in hoger beroep kon worden hersteld, aangezien hij zijn standpunten kon toelichten en stukken kon indienen. De wettelijke vereiste dat de scheiding van tafel en bed ten minste drie jaar moet hebben geduurd, was op 28 februari 2022 vervuld en er was geen sprake van verzoening tussen partijen.
Het hof verwierp de bezwaren van de man en bekrachtigde de beschikking van de rechtbank Midden-Nederland die de ontbinding van het huwelijk uitspreekt. De beslissing werd in het openbaar uitgesproken op 9 maart 2023.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt de ontbinding van het huwelijk na scheiding van tafel en bed.