ECLI:NL:GHARL:2023:2131

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

Datum uitspraak
9 maart 2023
Publicatiedatum
13 maart 2023
Zaaknummer
P22-369
Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 67 Wet op de rechterlijke organisatie
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging verlenging terbeschikkingstelling met twee jaar wegens behandeling en resocialisatie

De terbeschikkinggestelde heeft beroep ingesteld tegen de beslissing van de rechtbank Den Haag van 29 november 2022, waarin de terbeschikkingstelling met twee jaren werd verlengd. De terbeschikkinggestelde betoogde dat een verlenging van twee jaar niet passend is en dat perspectief essentieel is voor risicoreductie.

Het openbaar ministerie stelde dat er sprake is van een stoornis en een hoog recidiverisico, en dat de behandeling nog aanzienlijke tijd zal vergen. Het hof heeft de stukken bestudeerd en de terbeschikkinggestelde gehoord op zitting.

Het hof oordeelt dat de rechtbank op goede gronden heeft beslist en bevestigt de verlenging van de terbeschikkingstelling met twee jaren. Een verlenging van één jaar zou onvoldoende perspectief bieden, aangezien de verpleging naar verwachting langer zal duren. De terbeschikkinggestelde dient haar perspectief te vinden in medewerking aan de behandeling in een nieuwe kliniek en de stappen binnen dat traject.

Het hof acht het zorgelijk dat de terbeschikkinggestelde het afgelopen jaar suïcidepogingen heeft gedaan, maar benadrukt dat een eerlijk verhaal en perspectief in behandeling noodzakelijk zijn voor haar resocialisatie.

De beslissing van de rechtbank wordt derhalve bekrachtigd en de terbeschikkingstelling verlengd met twee jaren.

Uitkomst: De terbeschikkingstelling wordt verlengd met twee jaren wegens de noodzaak van voortgezette behandeling en resocialisatie.

Uitspraak

TBS P22/369
Beslissing d.d. 9 maart 2023
De kamer van het hof als bedoeld in artikel 67 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie heeft te beslissen op het beroep van
[terbeschikkinggestelde],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1974,
verblijvende in forensisch psychiatrisch centrum [kliniek] te [plaats]
(hierna: de kliniek),
verder te noemen de terbeschikkinggestelde
Het beroep is ingesteld tegen de beslissing van de rechtbank Den Haag van 29 november 2022. Deze beslissing houdt in de verlenging van de terbeschikkingstelling met een termijn van twee jaren.
Het hof heeft gelet op de stukken, waaronder:
- het proces-verbaal van het onderzoek in eerste aanleg;
- de beslissing waarvan beroep;
- de akte van beroep van de terbeschikkinggestelde van 30 november 2022;
- de aanvullende informatie van de kliniek van 17 februari 2023, met als bijlage de wettelijke aantekeningen van 27 juli 2022 tot en met 24 januari 2023;
- een e-mailbericht van de raadsman van de terbeschikkinggestelde van 22 februari 2023 waarin de actuele stand van zaken rondom de overplaatsing van de terbeschikkinggestelde wordt weergegeven.
Het hof heeft ter zitting van 23 februari 2023 gehoord de advocaat-generaal
mr. L.H.J. Vijlbrief-Smit en de terbeschikkinggestelde, bijgestaan door haar raadsman
mr. A.J. Sprey, advocaat te Amsterdam.

Overwegingen:

Het standpunt van de terbeschikkinggestelde
De raadsman heeft aangevoerd dat verlenging van de terbeschikkingstelling met een termijn van twee jaren niet passend is. Het bieden van perspectief aan de terbeschikkinggestelde werkt risicoverlagend.
Het standpunt van het openbaar ministerie
De advocaat-generaal heeft geconcludeerd tot bevestiging van de beslissing van de rechtbank. Er is sprake van een stoornis en een hoog recidiverisico. De verwachting is dat de behandeling van de terbeschikkinggestelde nog de nodige tijd zal vergen. Er moeten nog veel stappen worden gezet.
Het oordeel van het hof
Het hof is van oordeel dat de rechtbank op goede gronden heeft geoordeeld en op juiste wijze heeft beslist. Daarom zal de beslissing, waarvan beroep met overneming van die gronden worden bevestigd.
Het hof heeft als uitgangspunt dat de terbeschikkingstelling verlengd dient te worden met een termijn van twee jaren wanneer aannemelijk is geworden dat de behandeling en resocialisatie van de terbeschikkinggestelde in het bestaande juridische kader meer tijd in beslag zal nemen dan de tijd die resteert bij een verlenging van de terbeschikkingstelling met een termijn van een jaar. Het hof ziet in dit geval geen aanleiding om van dit uitgangspunt af te wijken. Het hof ziet wel aanwijzingen dat de terbeschikkinggestelde perspectief mist en vindt het zorgelijk dat de terbeschikkinggestelde het afgelopen jaar suïcidepogingen heeft gedaan. Een verlenging van de maatregel met één jaar zou haar echter geen echt perspectief geven omdat op voorhand duidelijk is dat de verpleging van overheidswege nog langer dan een jaar zal duren. De terbeschikkinggestelde verdient een eerlijk verhaal. Zij zal haar perspectief moeten vinden in medewerking aan de behandeling in een nieuwe kliniek en de stappen die zij binnen dit traject kan zetten.

Beslissing

Het hof:
Bevestigtde beslissing van de rechtbank Den Haag van 29 november 2022 met betrekking tot de terbeschikkinggestelde
[terbeschikkinggestelde].
Aldus gedaan door
mr. M.E. van Wees als voorzitter,
mr. D. Visser en mr. P.C. Vegter als raadsheren,
en drs. E.M.M. Mol en drs. D.M.L. Versteijnen als raden,
in tegenwoordigheid van mr. R. Kaatman als griffier,
en op 9 maart 2023 in het openbaar uitgesproken.
Mr. P.C. Vegter en de raden zijn buiten staat deze beslissing mede te ondertekenen.