Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
[de betrokkene] (hierna: de betrokkene),
De beslissing van de kantonrechter
Het verloop van de procedure
De beoordeling
“Bij meting met een daarvoor geschikte bandenprofielmeter zag ik dat het profiel van de hoofdgroeven van de band links voor en rechts voor minder dan de voorgeschreven profieldiepte, zijnde minimaal 1.6 mm, bedroeg. De gemeten profieldiepte bedroeg ongeveer 0,2 mm.”
“Op zondag 1 december 2019 bevond ik mij, verbalisant, in uniform gekleed, met surveillance dienst belast, in een opvallend dienstvoertuig, op de openbare weg, Paul Krugerkade te Haarlem. (…) Aldaar zag ik een voertuig rijden voorzien van het kenteken [kenteken] . Bij de staandehouding op grond van artikel 160 lid 1 van Pro de Wegenverkeerswet 1994 (WVW 1994) gaf de bestuurder op te zijn genaamd [de betrokkene] wonende [adres] te [adres] . Ik zag dat 2 van de 4 banden van het motorvoertuig niet voldeden aan de eisen ten aanzien van de profilering.”
medeter controle op de naleving van de verkeersregels. In het aanvullend proces-verbaal is dit niet nader toegelicht. De reden van de staandehouding is relevant, nu algemeen bekend is dat er sprake is van etnisch profileren bij de overheid en de politie. Er moet dan ook worden aangenomen dat de staandehouding niet rechtmatig is geweest.
Op basis van artikel 160, vierde lid, van de WVW 1994 zijn politieambtenaren bevoegd zich te vergewissen van de naleving van de bij of krachtens die wet vastgestelde voorschriften en zo nodig een voertuig ten aanzien waarvan zij een onderzoek wensen in te stellen, naar een nabij gelegen plaats te voeren of te doen voeren. Niet gebleken is dat de ambtenaar in dit geval buiten zijn bevoegdheid is getreden. De enkele stelling dat sprake is van etnisch profileren is hiervoor onvoldoende.