ECLI:NL:GHARL:2023:2219
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging exhibitieverplichting en dwangsom in geschil over waardering aandelen na echtscheiding
Partijen zijn gescheiden en voeren een geschil over de waardering van aandelen in het kader van de verdeling van de gemeenschap van goederen. [Geïntimeerde] vordert vernietiging van delen van het echtscheidingsconvenant wegens bedrog of dwaling, met name door het achterhouden van informatie over transacties die de waarde van aandelen beïnvloeden.
In eerste aanleg werd [appellant] veroordeeld tot het overleggen van diverse financiële documenten en jaarrekeningen. In hoger beroep betwist [appellant] de formulering van deze verplichting en de omvang van de dwangsom die bij niet-nakoming is opgelegd.
Het hof oordeelt dat het verzoek tot exhibitie van stukken terecht is toegewezen en dat de formulering van het vonnis kan worden verduidelijkt. Zo kan onder integrale jaarrekeningen ook een tussentijdse vermogensopstelling met winst- en verliesrekening worden begrepen en onder afschriften van bankrekeningen ook mutatieoverzichten. De dwangsom wordt gehandhaafd zonder maximering omdat deze een effectieve prikkel tot nakoming vormt.
Het bewijsaanbod van [appellant] wordt niet nader geconcretiseerd en daarom niet toegelaten. Het hof bekrachtigt het vonnis van 30 juni 2021 en bepaalt dat iedere partij haar eigen kosten draagt.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het vonnis dat [appellant] veroordeelt tot het verstrekken van financiële stukken aan [geïntimeerde] en handhaaft de opgelegde dwangsom zonder maximering.