ECLI:NL:GHARL:2023:2257

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

Datum uitspraak
15 maart 2023
Publicatiedatum
15 maart 2023
Zaaknummer
Wahv 200.311.324/01
Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Type
Uitspraak
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • Wijma
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoger beroep tegen niet-ontvankelijkverklaring in bestuursstrafzaak over zekerheidstelling CJIB

De betrokkene stelde hoger beroep in tegen de beslissing van de kantonrechter die het beroep niet-ontvankelijk verklaarde wegens het niet tijdig stellen van zekerheid in een bestuursstrafzaak onder de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv).

De betrokkene had een draagkrachtverweer gevoerd en het bedrag van € 70,- werd door de kantonrechter als zekerheid vastgesteld. Hoewel het CJIB aanvankelijk meldde dat de betaling pas op 21 april 2022 was ontvangen en het bedrag op 19 april 2022 was teruggestort wegens een onvolledig betalingskenmerk, toonde de betrokkene met bankafschriften aan dat de betaling op 5 april 2022 was gedaan.

Het hof oordeelde dat de betrokkene tijdig zekerheid had gesteld en dat het CJIB het bedrag niet correct had toegewezen. Het hof vernietigde daarom de beslissing van de kantonrechter en verwees de zaak terug naar de rechtbank voor verdere behandeling, waarbij het arrest werd gewezen door mr. Wijma.

Uitkomst: Het gerechtshof vernietigt de niet-ontvankelijkverklaring en wijst de zaak terug naar de rechtbank.

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN

zittingsplaats Leeuwarden
Zaaknummer
: Wahv 200.311.324/01
CJIB-nummer
: 240626176
Uitspraak d.d.
: 15 maart 2023
Arrestop het hoger beroep inzake de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) tegen de beslissing van de kantonrechter van de rechtbank
Noord-Holland van 8 april 2022, betreffende

[de betrokkene] (hierna: de betrokkene),

wonende te [woonplaats] .

De beslissing van de kantonrechter

De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie niet-ontvankelijk verklaard.

Het verloop van de procedure

De betrokkene heeft hoger beroep ingesteld tegen de beslissing van de kantonrechter.
De advocaat-generaal heeft een verweerschrift ingediend.
De betrokkene heeft het beroep schriftelijk nader toegelicht.
De advocaat-generaal heeft de gelegenheid gekregen daarop te reageren. Van die gelegenheid is geen gebruik gemaakt.

De beoordeling

1. Het hof gaat voorbij aan het primaire standpunt van de advocaat-generaal dat het hoger beroep niet-ontvankelijk moet worden verklaard omdat het verzuim een ondertekend beroepschrift in te dienen niet tijdig is hersteld. De betrokkene heeft via het Digitaal Loket Verkeer, een loket van het openbaar ministerie dat alleen gebruikt kan worden middels DigiD, aanvullende gronden ingediend die zijn aangemerkt als een hoger beroepschrift en daarna wellicht iets te laat maar weliswaar alsnog een ondertekende versie van dat stuk ingediend. Het hoger beroep is ontvankelijk.
2. De betrokkene heeft in de procedure bij de kantonrechter een draagkrachtverweer gevoerd. De kantonrechter heeft het bedrag van de zekerheid verlaagd naar € 70,- en de betrokkene in de gelegenheid gesteld om dit bedrag binnen vier weken na verzending van de beslissing op 8 maart 2022 onder vermelding van het in de beslissing vermelde CJIB-nummer over te maken op het rekeningnummer van het CJIB. Omdat uit navraag bij het CJIB op 7 april 2022 bleek dat geen zekerheid was gesteld, heeft de kantonrechter het beroep niet-ontvankelijk verklaard.
3. De betrokkene voert aan dat hij niet te laat zekerheid heeft gesteld. Op 5 april 2022 is € 70,- betaald. Ter onderbouwing is een bankafschrift meegestuurd. In reactie op het verweerschrift van de advocaat-generaal, die schrijft dat uit navraag bij het CJIB is gebleken dat het bedrag pas op 21 april 2022 is ontvangen, stuurt de betrokkene nog twee bankafschriften om aan te tonen dat de betaling op 19 april 2022 retour is ontvangen en dat op 21 april 2022 het bedrag nogmaals is overgemaakt. De betalingen zijn gedaan vanaf de bankrekening van de partner van de betrokkene.
4. Uit de stukken van het geding blijkt het volgende. Gelet op de aan de betrokkene toegezonden tussenbeslissing diende uiterlijk op 5 april 2022 zekerheid te zijn gesteld. Blijkens het door de betrokkene toegestuurde bankafschrift is op 5 april 2022 een bedrag van € 70,- overgemaakt naar het in de tussenbeslissing genoemde rekeningnummer onder vermelding van het daar genoemde 9-cijferige CJIB-nummer. Dit bedrag is op 19 april 2022 teruggestort met de vermelding ‘onvolledig betalingskenmerk’. Op 21 april 2022 is opnieuw betaald onder vermelding van een 12-cijferig betalingskenmerk.
5. Naar het oordeel van het hof heeft de betrokkene tijdig zekerheid gesteld. Dat het CJIB het bedrag heeft teruggestort, doet daar niet aan af. Het hof heeft eerder overwogen dat van het CJIB wordt verlangd dat voorafgaand aan een terugstorting wordt nagegaan waarop de betreffende betaling betrekking heeft. Dat in deze zaak niet, zoals gebruikelijk, een 12-cijferig betalingskenmerk is gebruikt en is betaald vanaf een rekening waarvan de betrokkene niet de houder is, doet daar niet aan af. Zonder nadere informatie hierover kan het hof niet volgen waarom het bedrag niet aan de hand van het 9-cijferige kenmerk op de zaak kon worden bestemd. De advocaat-generaal heeft geen toelichting hierover gegeven, maar enkel gesteld dat het bedrag pas op 21 april 2022 is ontvangen. Daarbij komt dat het de betrokkene niet kan worden toegerekend dat hij niet het volledige kenmerk heeft gebruikt, nu in de beslissing van de kantonrechter staat dat onder vermelding van het 9-cijferige kenmerk moet worden betaald.
6. Gelet op het voorgaande kan redelijkerwijs niet worden geoordeeld dat de betrokkene in verzuim is geweest. Het hof zal de beslissing van de kantonrechter daarom vernietigen en de zaak terugwijzen naar de rechtbank. De betrokkene heeft inmiddels op 21 april 2022 zekerheid gesteld.

De beslissing

Het gerechtshof:
vernietigt de beslissing van de kantonrechter en wijst de zaak terug naar de rechtbank ter behandeling en beslissing met inachtneming van dit arrest.
Dit arrest is gewezen door mr. Wijma, in tegenwoordigheid van mr. Wijmenga als griffier, en op een openbare zitting uitgesproken.