ECLI:NL:GHARL:2023:2270

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

Datum uitspraak
16 maart 2023
Publicatiedatum
16 maart 2023
Zaaknummer
Wahv 200.306.154
Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • Sekeris
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 9 Parkeerverordening gemeente Hardenberg 2008Art. 4 WahvArt. 2 Regeling modellen en formulieren ten behoeve van de handhaving justitieArt. 24 lid 1 sub g Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging sanctie parkeren zonder zichtbare vergunning achter voorruit

De betrokkene werd gesanctioneerd wegens het parkeren op een vergunninghoudersplaats zonder dat de vergunning zichtbaar achter de voorruit van het voertuig was geplaatst. De kantonrechter verklaarde het beroep ongegrond en het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden bevestigde deze beslissing in hoger beroep.

De ambtenaar constateerde dat de parkeervergunning niet achter de voorruit, maar achter de achterruit was geplaatst, wat in strijd is met de voorwaarden verbonden aan de vergunning. De betrokkene erkende deze voorwaarde, maar voerde aan dat zonder vergunning was geparkeerd en dat de sanctie daarom niet gerechtvaardigd was.

Het hof oordeelde dat de sanctie terecht was opgelegd op grond van artikel 9 van Pro de Parkeerverordening gemeente Hardenberg 2008. De betrokkene kon zich voldoende verdedigen, ook al was het overtreden voorschrift niet expliciet vermeld in de inleidende beschikking. Het verzoek om proceskostenvergoeding werd afgewezen.

Uitkomst: De sanctie van € 95,- voor het parkeren zonder zichtbare vergunning achter de voorruit wordt bevestigd.

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN

zittingsplaats Leeuwarden
Zaaknummer
: Wahv 200.306.154/01
CJIB-nummer
: 234622924
Uitspraak d.d.
: 16 maart 2023
Arrestop het hoger beroep inzake de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) tegen de beslissing van de kantonrechter van de rechtbank Overijssel van 29 november 2021, betreffende

[de betrokkene] (hierna: de betrokkene),

wonende te [woonplaats] .
De gemachtigde van de betrokkene is mr. M. Lagas, kantoorhoudende te Amsterdam.

De beslissing van de kantonrechter

De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie ongegrond verklaard.

Het verloop van de procedure

De gemachtigde van de betrokkene heeft hoger beroep ingesteld tegen de beslissing van de kantonrechter. Er is gevraagd om een proceskostenvergoeding.
De advocaat-generaal heeft een verweerschrift ingediend.
De gemachtigde van de betrokkene heeft de gelegenheid gekregen het beroep schriftelijk nader toe te lichten. Van die gelegenheid is geen gebruik gemaakt.

De beoordeling

1. Aan de betrokkene is als kentekenhouder bij inleidende beschikking een sanctie opgelegd van € 95,- voor (feitcode R592A): “voertuig parkeren op parkeerplaats voor vergunninghouders in strijd met de aan de vergunning verbonden voorwaarden.” Deze gedraging zou zijn verricht op
12 juni 2020 om 9:17 uur op de Kruserbrink in Hardenberg met het voertuig met het kenteken
[kenteken] .
2. De gemachtigde voert in hoger beroep aan dat nu de ambtenaar heeft vastgesteld dat er geen vergunning achter de voorruit van de auto lag, is vastgesteld dat zonder vergunning is geparkeerd bij een bord E9. Er bestaat geen rechtsgrond voor het opleggen van de onder 1 genoemde sanctie.
3. Het zaakoverzicht houdt als toelichting van de ambtenaar in, voor zover hier van belang: “geen zichtbare vergunning aanwezig,
ook niet na kentekencontrole. Overtreden artikel: PL Pro.V. (het hof leest: plaatselijke verordening).” In het proces-verbaal van bevindingen van 27 november 2020 verklaart de ambtenaar verder het volgende. Zij zag op de onder 1 genoemde datum en tijd dat de auto “voorzien van het kenteken [kenteken] op de Kruserbrink te Hardenberg geparkeerd stond op een parkeerplaats voor vergunninghouders zonder dat een (duidelijk zichtbare) parkeervergunning voor het parkeren op die plaats was verleend,
dan wel in strijd met de aan de vergunning verbonden voorwaarden.” Ook verklaart zij dat de bij het beroepschrift gevoegde vergunning ter plaatse en ten tijde van de overtreding geldig zou zijn als deze duidelijk zichtbaar achter de voorruit was geplaatst. “Zoals ik op de bijgevoegde foto van de betrokkene kan zien, is deze op de achterzijde van de auto op het raam geplakt.”
4. De betrokkene ontkent niet dat aan de aan haar verleende parkeervergunning de voorwaarde is verbonden dat deze achter de voorruit van de auto moet zijn geplaatst. Gelet daarop en op het voorgaande, kan worden vastgesteld dat de ambtenaar op goede grond een sanctie heeft opgelegd voor de onder 1 vermelde gedraging, die een overtreding betreft van artikel 9 van Pro de Parkeerverordening gemeente Hardenberg 2008, zoals die destijds luidde. Dat de ambtenaar daarnaast in haar proces-verbaal ook overtreding van artikel 24, lid 1, sub g van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 en de feitcode R379 noemt, doet daaraan niet af. Er is geen grond voor wijziging van de feitcode.
5. Subsidiair wordt aangevoerd dat in strijd is gehandeld met artikel 4, eerste lid, van de Wahv in verbinding met artikel 2, eerste lid, van de Regeling modellen en formulieren ten behoeve van de handhaving justitie, nu het overtreden voorschrift niet is vermeld in de inleidende beschikking en het zaakoverzicht. De betrokkene kan zich daardoor onvoldoende tijdig en adequaat verweren tegen de opgelegde sanctie en is daardoor in haar verdedigingsbelangen geschaad.
6. De omstandigheid dat de overtreden bepaling niet is vermeld in de inleidende beschikking kan de betrokkene niet baten. Zij heeft zelf van meet af aan verklaard over een vergunning te beschikken die in de auto aanwezig was en wist dus waartegen zij zich had te verdedigen.
7. Nu de aangevoerde gronden geen doel treffen, zal het hof de beslissing van de kantonrechter bevestigen en het verzoek om een proceskostenvergoeding afwijzen.

De beslissing

Het gerechtshof:
bevestigt de beslissing van de kantonrechter;
wijst het verzoek om vergoeding van proceskosten af.
Dit arrest is gewezen door mr. Sekeris, in tegenwoordigheid van mr. Smeitink als griffier, en op een openbare zitting uitgesproken.