ECLI:NL:GHARL:2023:2274

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

Datum uitspraak
16 maart 2023
Publicatiedatum
16 maart 2023
Zaaknummer
Wahv 200.311.111
Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • Sekeris
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 5.1.1 RvArt. 5.2.51 RvArt. 5.2.53 RvArt. 5.2.59 RvArt. 11 Wahv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vernietiging sanctie voor vermeende onjuiste kleur voertuigverlichting

De betrokkene kreeg een sanctie van €140 opgelegd wegens het rijden met verlichting die niet aan de vereiste kleur zou voldoen. Deze overtreding zou hebben plaatsgevonden op 5 juli 2020 op de Gildeweg in Nootdorp. De kantonrechter verklaarde het beroep van de betrokkene ongegrond en wees het verzoek om proceskostenvergoeding af.

In hoger beroep stelde de gemachtigde van de betrokkene dat uit het dossier niet blijkt dat de ambtenaar heeft vastgesteld dat de verlichting niet aan de kleurvereisten voldeed. Het hof onderzocht de stukken en concludeerde dat de ambtenaar wel zag dat de richtingaanwijzer de juiste amberkleur had, maar geen verklaring gaf over de kleur van de achterlichten. Hierdoor kon niet worden vastgesteld dat de verlichting niet aan de kleurvereisten voldeed.

Het hof vernietigde daarom de beslissing van de kantonrechter en de sanctie van de officier van justitie. Tevens werd de advocaat-generaal veroordeeld tot het betalen van proceskosten van €837 aan de betrokkene. Hiermee werd het beroep van de betrokkene gegrond verklaard.

Uitkomst: De sanctie voor het rijden met onjuiste kleur verlichting wordt vernietigd wegens onvoldoende bewijs.

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN

zittingsplaats Leeuwarden
Zaaknummer
: Wahv 200.311.111/01
CJIB-nummer
: 235079566
Uitspraak d.d.
: 16 maart 2023
Arrestop het hoger beroep inzake de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) tegen de beslissing van de kantonrechter van de rechtbank Den Haag van 25 maart 2022, betreffende

[de betrokkene] (hierna: de betrokkene),

wonende te [woonplaats] .
De gemachtigde van de betrokkene is mr. M. Lagas, kantoorhoudende te Amsterdam.

De beslissing van de kantonrechter

De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie ongegrond verklaard. Het verzoek om een proceskostenvergoeding is afgewezen.

Het verloop van de procedure

De gemachtigde van de betrokkene heeft hoger beroep ingesteld tegen de beslissing van de kantonrechter. Er is gevraagd om een proceskostenvergoeding.
De advocaat-generaal heeft de gelegenheid gekregen een verweerschrift in te dienen. Van die gelegenheid is geen gebruik gemaakt.

De beoordeling

1. Aan de betrokkene is bij inleidende beschikking een sanctie opgelegd van € 140,- voor:
“als bestuurder van een voertuig rijden, terwijl verlichting / retroreflecterende voorzieningen niet aan vereiste kleur voldoen”. Deze gedraging zou zijn verricht op 5 juli 2020 om 16.47 uur op de Gildeweg in Nootdorp met het voertuig met het kenteken [kenteken] .
2. De gemachtigde van de betrokkene voert onder meer aan dat uit het dossier niet blijkt dat de ambtenaar heeft geconstateerd dat werd gereden met verlichting / retroreflecterende voorzieningen die niet aan de vereiste kleur voldoen. Gelet hierop kan de gedraging niet worden vastgesteld.
3. De gedraging is een overtreding van het bepaalde in artikel 5.1.1, eerste lid, aanhef en onder c, van de ten tijde van de gedraging geldende Regeling voertuigen (Rv), in verbinding met de artikelen 5.2.51 tot en met 5.2.59 van die regeling.
4. Artikel 5.1.1, eerste lid, aanhef en onder c, van de ten tijde van de gedraging geldende Rv luidt: “Het is de bestuurder van een voertuig verboden daarmee te rijden en de eigenaar of houder verboden daarmee te laten rijden, indien het voertuig: (…)
c. niet voldoet aan de in de afdelingen 2 tot en met 17 van dit hoofdstuk ten aanzien van de bouw of inrichting van voertuigen van de categorie waartoe het voertuig behoort, gestelde eisen.”
5. Hoofdstuk 5, afdeling 2, paragraaf 10, van de Rv handelt over lichten, lichtsignalen en retroreflecterende voorzieningen van personenauto’s. Het in die paragraaf opgenomen artikel 5.2.53, tweede lid, Rv bepaalt: “De richtingaanwijzers en waarschuwingsknipperlichten mogen naar voren niet anders dan ambergeel of wit en naar achteren niet anders dan ambergeel of rood stralen.”
Artikel 5.2.53, vierde lid, Rv houdt in: “De achterlichten en mistachterlichten mogen niet anders dan rood stralen.”
6. De gegevens waarop de ambtenaar zich bij de oplegging van de sanctie heeft gebaseerd, zijn opgenomen in het zaakoverzicht. Dit zaakoverzicht bevat de informatie die in de inleidende beschikking is vermeld en daarnaast onder meer de volgende gegevens:
“Ik, verbalisant, zag dat de achterlichten in een compleet doorzichtige behuizing zat. De zgn lexuslichten. Ik zag dat de richtingaanwijzer knipperde. Ik zag dat dit een heel flauw knipperend amberkleurig lampje was. Dit knipperende licht was pas knipperend te zien op een afstand van 5 meter. Op de snelweg was niet te zien dat hij de uitvoegstrook op wilde. (…)”
7. Het hof is van oordeel dat op basis van de stukken in het dossier niet kan worden vastgesteld dat de betrokkene reed als bestuurder, terwijl de verlichting of retroreflecterende voorzieningen van het voertuig niet de vereiste kleur hadden. Uit de verklaring van de ambtenaar volgt dat hij de betrokkene met voormeld voertuig zag rijden en dat de richtingaanwijzer naar achteren de daarvoor voorgeschreven kleur (amber) straalde. Over de kleur die de achterlichten straalden, wordt niets verklaard. Dit betekent dat de gedraging niet kan worden vastgesteld. Het hof zal als volgt beslissen.
8. De proceskosten komen voor vergoeding in aanmerking. Aan het indienen van het beroepschrift bij de kantonrechter en het hoger beroepschrift dienen in totaal twee punten te worden toegekend. De waarde per punt bedraagt € 837,-. Gelet op de aard van de zaak wordt de wegingsfactor 0,5 (gewicht van de zaak = licht) toegepast. Aldus zal het hof de advocaat-generaal veroordelen in de kosten tot een bedrag van € 837,-.

De beslissing

Het gerechtshof:
vernietigt de beslissing van de kantonrechter;
verklaart het beroep tegen de beslissing van de officier van justitie gegrond;
vernietigt de beslissing van de officier van justitie, alsmede de beschikking waarbij onder voormeld CJIB-nummer de administratieve sanctie is opgelegd;
bepaalt dat hetgeen door de betrokkene op de voet van artikel 11 van Pro de Wahv teveel tot zekerheid is gesteld door de advocaat-generaal wordt gerestitueerd;
veroordeelt de advocaat-generaal tot het vergoeden van de proceskosten van de betrokkene tot een bedrag van € 837,-.
Dit arrest is gewezen door mr. Sekeris, in tegenwoordigheid van mr. Werdmüller von Elgg als griffier, en op een openbare zitting uitgesproken.