Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
Noord-Holland van 23 mei 2022, betreffende
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
De betrokkene kreeg een administratieve sanctie opgelegd voor het rijden met verlichtingsarmaturen die niet aan de wettelijke eisen voldoen. Daarnaast was er een strafbeschikking wegens een andere verkeersovertreding op dezelfde dag met hetzelfde voertuig. De betrokkene stelde dat het niet toegestaan was om beide sancties te combineren omdat het om één gebeurtenis ging en dat de foto’s van de overtreding niet waren overgelegd, wat zijn verdedigingsbelang zou schaden.
Het hof stelde vast dat de verlichtingsarmaturen inderdaad niet aan de eisen voldeden, ongeacht dat deze niet door de betrokkene waren bespoten maar zo waren aangeschaft. De vermeende foto’s waren niet gemaakt, waardoor er geen sprake was van schending van het verdedigingsbelang. Het hof oordeelde dat meerdere overtredingen tijdens één achtervolging als één gebeurtenis moeten worden gezien volgens de Aanwijzing feitgecodeerde misdrijven, overtredingen en muldergedragingen.
Hoewel de overtredingen op verschillende tijdstippen en locaties plaatsvonden, vond het hof dat dit niet tot een andere beoordeling leidde. De ambtenaar had weliswaar niet expliciet melding gemaakt van de combinatie van administratiefrechtelijke en strafrechtelijke afdoening in het proces-verbaal, maar dit werd later toegelicht en was voldoende. Het verzoek om proceskostenvergoeding werd afgewezen. De beslissing van de kantonrechter werd bevestigd met verbeterde gronden.
Uitkomst: De sanctie van €100 voor het rijden met niet-conforme verlichtingsarmaturen wordt bevestigd en het verzoek om proceskostenvergoeding afgewezen.