ECLI:NL:GHARL:2023:2330
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid openbaar ministerie bij verlenging terbeschikkingstelling na opheffing maatregel
De terbeschikkinggestelde was onderworpen aan een terbeschikkingstelling die door de rechtbank Den Haag op 12 november 2020 was opgelegd. Tegen dit vonnis was hoger beroep ingesteld. Op 10 oktober 2022 vorderde het openbaar ministerie verlenging van deze maatregel. De rechtbank Den Haag besloot op 22 november 2022 tot verlenging met twee jaar. Hiertegen stelde de terbeschikkinggestelde beroep in bij het hof.
Het hof heeft in de aanverwante strafzaak, behandeld onder parketnummer 22-003262-20, bij arrest van 7 februari 2023 het vonnis van 12 november 2020 vernietigd en het bevel tot dadelijke uitvoerbaarheid van de terbeschikkingstelling opgeheven, zonder een nieuwe maatregel op te leggen. Dit arrest is onherroepelijk omdat er geen cassatieberoep is ingesteld.
Gezien het feit dat de terbeschikkingstelling niet langer bestaat, oordeelt het hof dat de vordering tot verlenging van deze maatregel door het openbaar ministerie geen belang meer heeft. Daarom verklaart het hof het openbaar ministerie niet-ontvankelijk in de vordering tot verlenging en vernietigt de beslissing van de rechtbank Den Haag van 22 november 2022.
Uitkomst: Het hof verklaart het openbaar ministerie niet-ontvankelijk in de vordering tot verlenging van de terbeschikkingstelling en vernietigt de beslissing van de rechtbank.