Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:GHARL:2023:2330

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

Datum uitspraak
16 maart 2023
Publicatiedatum
20 maart 2023
Zaaknummer
P23/0015
Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Type
Uitspraak
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 67 Wet op de rechterlijke organisatie
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid openbaar ministerie bij verlenging terbeschikkingstelling na opheffing maatregel

De terbeschikkinggestelde was onderworpen aan een terbeschikkingstelling die door de rechtbank Den Haag op 12 november 2020 was opgelegd. Tegen dit vonnis was hoger beroep ingesteld. Op 10 oktober 2022 vorderde het openbaar ministerie verlenging van deze maatregel. De rechtbank Den Haag besloot op 22 november 2022 tot verlenging met twee jaar. Hiertegen stelde de terbeschikkinggestelde beroep in bij het hof.

Het hof heeft in de aanverwante strafzaak, behandeld onder parketnummer 22-003262-20, bij arrest van 7 februari 2023 het vonnis van 12 november 2020 vernietigd en het bevel tot dadelijke uitvoerbaarheid van de terbeschikkingstelling opgeheven, zonder een nieuwe maatregel op te leggen. Dit arrest is onherroepelijk omdat er geen cassatieberoep is ingesteld.

Gezien het feit dat de terbeschikkingstelling niet langer bestaat, oordeelt het hof dat de vordering tot verlenging van deze maatregel door het openbaar ministerie geen belang meer heeft. Daarom verklaart het hof het openbaar ministerie niet-ontvankelijk in de vordering tot verlenging en vernietigt de beslissing van de rechtbank Den Haag van 22 november 2022.

Uitkomst: Het hof verklaart het openbaar ministerie niet-ontvankelijk in de vordering tot verlenging van de terbeschikkingstelling en vernietigt de beslissing van de rechtbank.

Uitspraak

TBS P23/0015
Beslissing van 16 maart 2023
De kamer van het hof als bedoeld in artikel 67 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie heeft te beslissen op het beroep van
[terbeschikkinggestelde],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1994,
zonder bekende woon- of verblijfplaats in Nederland,
hierna te noemen: de terbeschikkinggestelde.
Het beroep is ingesteld tegen de beslissing van de rechtbank Den Haag van 22 november 2022, houdende verlenging van de terbeschikkingstelling met een termijn van twee jaar.
Het hof heeft gelet op dezelfde stukken als de rechtbank en daarnaast op:
- het proces-verbaal van het onderzoek in eerste aanleg;
- de beslissing waarvan beroep;
- de akte van 5 december 2022 waarbij de terbeschikkinggestelde beroep heeft ingesteld;
- het voortgangsverslag van 9 december 2022 van GGZ Tactus Zwolle (hierna: de reclassering);
- het arrest van het gerechtshof Den Haag van 7 februari 2023 in de strafzaak met parketnummer 22-003262-20;
- het aanvullend advies van de reclassering van 13 februari 2023;
- het uittreksel uit de Justitiële Documentatie van 22 februari 2022.
Het hof heeft ter zitting van 2 maart 2023 gehoord de bepaaldelijk gemachtigde raadsman van de terbeschikkinggestelde, mr. W. Römelingh, advocaat te 's-Gravenhage, en de advocaat-generaal, mr. H.J. Lambers.

Overwegingen

Het standpunt van de terbeschikkinggestelde
De raadsman heeft bepleit dat het hof de beslissing van de rechtbank zal vernietigen en het openbaar minister niet-ontvankelijk zal verklaren in de vordering tot verlenging van de terbeschikkingstelling.
Het standpunt van het openbaar ministerie
De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hof het ingestelde beroep niet-ontvankelijk zal verklaren, omdat er geen belang meer is bij de behandeling van de zaak in beroep.
Het oordeel van het hof
Het hof vernietigt de beslissing van de rechtbank en verklaart het openbaar ministerie niet-ontvankelijk in de vordering tot verlenging van de terbeschikkingstelling. Deze beslissing wordt als volgt onderbouwd.
De onderhavige verlengingszaak hangt samen met de aanverwante strafzaak die is behandeld onder de parketnummers 09-131851-20 (eerste aanleg) en 22-003262-20 (hoger beroep). Het procesverloop is als volgt geweest.
- In de strafzaak van de terbeschikkinggestelde heeft de rechtbank Den Haag bij vonnis van 12 november 2020 (parketnummer 09-131851-20) een terbeschikkingstelling met voorwaarden opgelegd en bevolen dat deze maatregel dadelijk uitvoerbaar is.
- Namens de terbeschikkinggestelde is tegen dit vonnis hoger beroep ingesteld.
- Op 10 oktober 2022 heeft het openbaar ministerie gevorderd dat de termijn van de terbeschikkingstelling wordt verlengd.
- Bij beslissing van 22 november 2022 (de beslissing waarvan beroep) heeft de rechtbank Den Haag beslist tot verlenging van de termijn van de terbeschikkingstelling met twee jaren.
- Namens de terbeschikkinggestelde is tegen deze beslissing beroep ingesteld.
- In de strafzaak tegen de terbeschikkinggestelde heeft het gerechtshof Den Haag bij arrest van 7 februari 2023 (parketnummer 22-003262-20) beslist, voor zover hier van belang, tot vernietiging van het vonnis van 12 november 2020 en tot opheffing van het (door de rechtbank gegeven) bevel tot dadelijke uitvoerbaarheid van de terbeschikkingstelling met voorwaarden. Het gerechtshof Den Haag heeft niet opnieuw een terbeschikkingstelling opgelegd.
- Tegen het arrest van het gerechtshof Den Haag van 7 februari 2023 is geen beroep in cassatie ingesteld, wat meebrengt dat het arrest onherroepelijk is.
De onderhavige verlengingszaak is ingeleid door de vordering van het openbaar ministerie van 10 oktober 2022. Deze vordering strekt tot verlenging van een maatregel die inmiddels niet meer bestaat. Het hof verbindt hieraan de conclusie dat het openbaar ministerie niet-ontvankelijk is in de vordering.

BESLISSING

Het hof:
Vernietigt de beslissing van de rechtbank Den Haag van 22 november 2022 met betrekking tot de terbeschikkinggestelde, [terbeschikkinggestelde] .
Verklaart het openbaar ministerie niet-ontvankelijk in de vordering tot verlenging van de terbeschikkingstelling.
Aldus gedaan door
mr. M. Keppels, voorzitter,
mr. A.B.A.P.M. Ficq en mr. W.A. Holland, raadsheren,
drs. I.M. van Woudenberg en drs. P.K.J. Ronhaar, raden,
in tegenwoordigheid van mr. D. van der Geld, griffier,
en op 16 maart 2023 in het openbaar uitgesproken.
De raden zijn buiten staat deze beslissing mede te ondertekenen.