ECLI:NL:GHARL:2023:2383
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Wraking
- Rechtspraak.nl
Wrakingsverzoek tegen twee raadsheren wegens vermeende vooringenomenheid in beleggingsverzekeringszaak
In een civiele procedure tussen Achmea en diverse consumentenorganisaties vond op 19 januari 2023 een mondelinge behandeling plaats. Kort daarna diende Achmea een wrakingsverzoek in tegen de drie behandelend raadsheren, omdat één van hen, mr. Rinkes, in een eerdere zaak als partijdeskundige had opgetreden en zich publiekelijk negatief had uitgelaten over beleggingsverzekeringen, hetgeen haaks zou staan op Achmea's standpunten.
Mr. Rinkes berustte in de wraking, maar de andere twee raadsheren, mevrouw Bethlem en de heer Brand, niet. De wrakingskamer onderzocht of deze twee raadsheren door de aanwezigheid en eerdere uitlatingen van mr. Rinkes mogelijk vooringenomen waren. Hoewel het vermoeden van onpartijdigheid geldt, oordeelde de wrakingskamer dat de vrees voor vooringenomenheid jegens Bethlem en Brand objectief gerechtvaardigd is.
Dit oordeel is mede gebaseerd op het feit dat mr. Rinkes aan de mondelinge behandeling en beraadslaging heeft deelgenomen en dat het raadkamergeheim verhindert vaststelling van de precieze invloed van zijn eerdere betrokkenheid. De wrakingskamer wees daarom het verzoek toe voor Bethlem en Brand, terwijl mr. Rinkes zich in de wraking berustte.
De beslissing werd op 21 maart 2023 openbaar uitgesproken door de wrakingskamer van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek wordt toegewezen tegen twee raadsheren wegens objectief gerechtvaardigde vrees voor vooringenomenheid.