De zaak betreft een hoger beroep tegen een beschikking van de kinderrechter die machtiging tot uithuisplaatsing van een minderjarige heeft verleend. De minderjarige, geboren in 2008, heeft een langdurige en belaste voorgeschiedenis met een ondertoezichtstelling sinds 2012. De moeder, die het gezag deelt met de vader, is niet in staat gebleken om de minderjarige te stimuleren en te motiveren tot regelmatige schoolgang, wat een grote zorg is.
De moeder heeft het beroep ingesteld tegen de machtiging tot uithuisplaatsing, stellende dat een sta-op-hulp voldoende zou zijn om het schoolverzuim te verminderen. Het hof oordeelt echter dat deze maatregel onvoldoende is, omdat de minderjarige ook tijdens schooldagen ongeoorloofd verzuimt en de moeder niet weet waar zij dan is. Daarnaast is de moeder telefonisch niet bereikbaar voor school of hulpverlening, en erkent zij niet haar aandeel in de problematiek.
Het hof benadrukt dat het schoolverzuim slechts één van de zorgen is, naast de zeer belaste voorgeschiedenis en eerdere hulpverlening die steeds slechts tijdelijk effect had. De minderjarige heeft geen contact met haar vader en is niet gemotiveerd voor hulpverlening. Gezien deze omstandigheden acht het hof de machtiging tot uithuisplaatsing noodzakelijk en bekrachtigt de beschikking van de kinderrechter.