ECLI:NL:GHARL:2023:2434

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

Datum uitspraak
21 maart 2023
Publicatiedatum
21 maart 2023
Zaaknummer
Wahv 200.318.428/01
Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • Sekeris
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 2 Besluit proceskosten bestuursrechtWet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Proceskostenvergoeding bij gedeeltelijke matiging sanctie in bestuursrechtelijke verkeerszaak

In deze bestuursrechtelijke zaak inzake de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) stelde het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden het hoger beroep van de betrokkene tegen een beslissing van de kantonrechter vast. De kantonrechter had het beroep van de betrokkene gedeeltelijk gegrond verklaard door het sanctiebedrag te matigen tot € 310,-.

De betrokkene vorderde een proceskostenvergoeding, welke de kantonrechter had afgewezen. Het hof oordeelde dat ook wanneer de kantonrechter ambtshalve tot matiging overgaat, zonder dat dit op beroepsgronden is gebaseerd, de proceskostenvergoeding toekomt. Dit volgt uit eerdere arresten van het hof.

Het hof vernietigde het deel van de beslissing van de kantonrechter waarin de proceskostenvergoeding was afgewezen en kende een vergoeding toe voor de kosten in administratief beroep, het beroep bij de kantonrechter en het hoger beroep. De totale proceskostenvergoeding werd vastgesteld op € 1.494,-, welke door de advocaat-generaal moet worden vergoed.

Uitkomst: Het gerechtshof kent proceskostenvergoeding toe van € 1.494,- na gedeeltelijke matiging van het sanctiebedrag door de kantonrechter.

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN

zittingsplaats Leeuwarden
Zaaknummer
: Wahv 200.318.428/01
CJIB-nummer
: 238308974
Uitspraak d.d.
: 21 maart 2023
Arrestop het hoger beroep inzake de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) tegen de beslissing van de kantonrechter van de rechtbank Rotterdam van 14 oktober 2022, betreffende

[de betrokkene] (hierna: de betrokkene),

wonende te [woonplaats] .
De gemachtigde van de betrokkene is mr. N.G.A. Voorbach, kantoorhoudende te Zoetermeer.

De beslissing van de kantonrechter

De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie gedeeltelijk gegrond verklaard en die beslissing gewijzigd in die zin dat het sanctiebedrag van de inleidende beschikking wordt gematigd tot € 310,-.

Het verloop van de procedure

De gemachtigde van de betrokkene heeft hoger beroep ingesteld tegen de beslissing van de kantonrechter. Er is gevraagd om een proceskostenvergoeding.
De advocaat-generaal heeft de gelegenheid gekregen een verweerschrift in te dienen. Van die gelegenheid is geen gebruik gemaakt.

De beoordeling

1. Hetgeen in hoger beroep door de gemachtigde van de betrokkene wordt aangevoerd, beperkt zich tot de grond inhoudende dat de kantonrechter het verzoek om een proceskostenvergoeding had moeten inwilligen. De proceskosten komen voor vergoeding in aanmerking als het sanctiebedrag wordt gematigd. De gemachtigde wijst in dit verband op het arrest van het hof van 28 april 2020, ECLI:NL:GHARL:2020:3336.
2. De kantonrechter heeft het beroep tegen de beslissing van de officier van justitie gedeeltelijk gegrond verklaard en die beslissing gewijzigd in die zin dat het sanctiebedrag van de inleidende beschikking wordt gematigd tot € 310,-. Aldus is de betrokkene (gedeeltelijk) in het gelijk gesteld, zoals bedoeld in het arrest van het hof van 28 april 2020 (ECLI:NL:GHARL:2020:3336). Dat de kantonrechter ambtshalve is gehouden om tot matiging van het sanctiebedrag over te gaan en deze matiging niet plaatsvindt naar aanleiding van door de gemachtigde aangevoerde beroepsgronden doet daar niets aan af, zoals het hof expliciet voor het hier bedoelde geval heeft overwogen in het arrest van 28 maart 2022, ECLI:NL:GHARL:2022:2330. De door de kantonrechter in het vonnis gehanteerde redenering om anders te beslissen gaat dan ook niet op.
3. Dit brengt mee dat aanleiding bestond tot het toekennen van een proceskostenvergoeding in administratief beroep en beroep bij de kantonrechter. De beslissing van de kantonrechter moet in zoverre worden vernietigd.
4. Het hof zal een vergoeding toekennen voor de proceskosten gemaakt in administratief beroep en beroep bij de kantonrechter. Aan het indienen van het administratief beroepschrift, het beroepschrift bij de kantonrechter en het verschijnen ter zitting bij de kantonrechter dienen in totaal drie procespunten te worden toegekend. Het hof zal, met toepassing van artikel 2, derde lid, van het Besluit proceskosten bestuursrecht, voor het telefonisch horen in administratief beroep een half punt toekennen. De waarde per punt bedraagt voor het administratief beroep € 597,- en voor het beroep bij de kantonrechter € 837,-. Gelet op de aard van de zaak wordt de wegingsfactor 0,5 (gewicht van de zaak = licht) toegepast. Aldus bedraagt de proceskostenvergoeding het bedrag van € 1.284,75
(= (1,5 x € 597,- x 0,5) + (2 x € 837,- x 0,5)).
5. Naar het oordeel van het hof bestaat in het onderhavige geval tevens aanleiding voor het toekennen van een vergoeding voor de in hoger beroep gemaakte proceskosten (vlg. het arrest van het hof van 1 april 2021, ECLI:NL:GHARL:2021:1786). Aan het indienen van het hoger beroepschrift dient een punt te worden toegekend. De waarde per punt bedraagt € 837,-. Voor de fase van het hoger beroep, welke procedure slechts betrekking heeft op de hoogte van de toe te kennen proceskostenvergoeding, zal het hof de wegingsfactor 0,25 (gewicht van de zaak = zeer licht) toepassen. Aldus bedraagt de vergoeding voor de in hoger beroep gemaakte proceskosten € 209,25.
(= 1 x € 837,- x 0,25)
6. Het hof zal de advocaat-generaal veroordelen in de kosten tot een bedrag van € 1.494,-.

De beslissing

Het gerechtshof:
vernietigt de beslissing van de kantonrechter voor zover daarbij het verzoek om een proceskostenvergoeding is afgewezen;
veroordeelt de advocaat-generaal tot het vergoeden van de proceskosten van de betrokkene, ter hoogte van € 1.494,-.
Dit arrest is gewezen door mr. Sekeris, in tegenwoordigheid van mr. Pullens als griffier, en op een openbare zitting uitgesproken.